• datum 1 maart 2017, door Lizanne Bak | categorie: Vieren
    LIZ Experience

    Trevi bestaat 5 jaar en dat wil ik vieren met de eerste LIZ Experience! Op 17 maart a.s. in Theater 't Pand in Gorinchem heb ik 3 bijzondere sprekers uitgenodigd. Deze week verscheen een artikel in De Stad Gorinchem.

    Lees het artikel hier

    Voor meer informatie over het programma zie hier

  • datum 24 december 2016, door Lizanne Bak | categorie: Geloven
    Kerst uit het jaar nul?
    Woorden kerstnachtdienst Ontmoetingskerk Noordeloos 2016
     
    Inleiding
    Kerst … uit het jaar nul?
    Eens geweest en ooit geweten,
    echt geloofd in zeggingskracht,
    maar ik vraag u, is t nu nog
    meer dan slechts een sprookjesnacht?

    Kerst … uit het jaar nul?
    Lichtjesfeest en samen eten,
    familie en gezelligheid,
    maar geloof dat God een mens werd?
    Is dat nog van deze tijd?

    Kerst … uit het jaar nul?
    Kijk eens om je heen en zie:
    de wereld staat in brand.
    De tijd van dromen lijkt voorbij
    pak elkaar liever bij de hand.

    Overdenking

    En het geschiedde in die dagen, dat er een bevel uitging vanwege de heersende gedachte dat kerst het gezelligste moment van het jaar moest worden, dat het gehele land beroerde. Deze gedachte ging terug op een gebeurtenis eeuwen geleden in het jaar nul. En zij gingen allen op pad om bomen te versieren, kaarten te sturen en inkopen te doen, ieder naar zijn eigen idee.

    Lieve mensen,
    We zijn er klaar voor. Toch? Voor kerst. Boom opgetuigd? Boodschappen in huis? Afspraken gemaakt? Je zit toch niet alleen met kerst? Wel? Hoezo? Je kinderen waren al zo druk. Ah..ja… Vrienden met vakantie? Ja .. kan natuurlijk ook. Geen zin in de kerst? Teveel gedoe. Opdraven bij de familie. Ga je naar het circus ? O …niet omdat jij het zo leuk vindt, maar je moet wat met je kinderen. Blij als t weer voorbij is? Die boom weer naar buiten kan. O…oké. 

    Zomaar wat flarden uit gesprekken die ik de afgelopen weken voerde. Er vielen mij twee dingen op in die gesprekken. Niet iedereen vindt kerst zo geweldig. Velen voelen het als een keurslijf, waar je voor twee of drie dagen in geperst wordt. Kerst móet met mensen. Kerst móet met eten. Kerst móet gezellig. Kerst alleen? Dat kan niet, al zou je dat diep in je hart prima vinden. Kerst zonder versiering in huis? Wat is er met jou? Kerst moet leuk. Kerst moet licht. Kerst moet gevierd. 

    Het andere wat opviel is dat het in geen van de gesprekken ging over het kerstverhaal dat wij zojuist uit Lucas lazen. Niemand zei op mijn vraag: en wat doe jij met kerst? Ik neem eens even de tijd om me te realiseren wat er nou gebeurde in die kerstnacht. Niemand die in gesprekken over vluchtelingen, Trump en de islamisering zei: weet je, ik ga me met kerst eens op de wereld bezinnen vanuit het jaar nul. Logisch misschien, als 50% van de Nederlanders niet meer zegt te geloven. Maar dat brengt me wel bij de vraag: Is kerst uit het jaar nul? Ik bedoel, is het feest van de geboorte van Jezus rond het jaar nul, nog actueel? Heeft het nog zeggingskracht vandaag? Komen de klanken van het vrede op aarde, in mensen een welbehagen nog aan? Of moeten we onderkennen dat kerst uit het jaar nul daar ook gewoon moet blijven?

    Moeten we ons misschien, en dat meen ik serieus, weer eens wat meer verdiepen in hoe onze voorouders het deden. Want laten we wel wezen, in het jaar nul tot minimaal 3 eeuwen daarna vierden wij hier in de lage landen nog het joelfeest. Het midwinterfeest vanaf de kortste dag, waarbij we de zon terug joelden. We staken vuren aan en rolden een brandend zonnerad over onze akkers. Teken van de terugkerende kracht van de zon, hoop op hernieuwde vruchtbaarheid. We haalden groene takken naar binnen, die we versierden met noten. We bliezen op de midwinterhoorn en verjoegen het kwaad met het luiden van klokken. We aten en dronken en zongen en vierden 12 dagen lang feest.

    Onze voorouders leefden dicht bij de natuur. Hun gebruiken werden op zeker moment heidens genoemd en hun levenshouding primitief. Toch denk ik dat zij ons leren hernieuwd oog te hebben voor het mysterie van de natuur. Voor het sterven en het geboren worden. Voor het licht dat terugkomt.

    Wij hedendaagse mensen, die denken in termen van evolutie, groei en ontwikkeling, kunnen ons steeds minder goed voorstellen dat er beschavingen zijn geweest die op bepaalde terreinen  wijzer waren dan wij. Ik denk dat we ons vergissen. Dat wij in onze focus op de technologische vooruitgang waarin wij ongelooflijk veel hebben ontdekt en gewonnen … zeker … hebben verloren in wijsheid op ander gebied. In de snelheid van het leven weten we niet meer hoe te vertragen. In de openheid naar alles en iedereen weten we niet meer hoe te begrenzen. In de maakbaarheid van onze wereld raken we af van wij ten diepste zijn. Soms is terugkijken vooruitgang boeken. En wat geweest is, een waardevol gegeven voor later.

    En het geschiedde in die dagen dat wij kennis maakten met het christendom. Vanuit het verre Israël hoorden wij over een God die interesse had in gewone mensen. Van Maria, Jozef en herders. Van een kind in een kribbe en van lichtwezens die hemelse boodschappen brachten naar aardse mensen. Oké wij konden nog niet lezen en waren afhankelijk van wie het ons vertelden. Maar we raakten ervan onder de indruk en we integreerden het in ons leven. Ons joelfeest werd ons kerstfeest. En we vierden het beiden in één. De klokken werden kerstklokken, de takken een kerstboom en het zonnerad werd onze kerstkrans. Alleen die 12 dagen zijn wat ingekort.

    Kerst uit het jaar nul bleek actueel. De roep om licht bleef. Met God als Bron van Licht. Een God die niet veraf bleef, maar afdaalde naar de aarde. Die in Jezus zijn licht kon laten schijnen zoals hij het in alle mensen het liefst zou zien. Wij maakten kennis met een goddelijke wereld die niet begrijpt dat mensen het Licht niet willen kennen. Die niet begrijpt dat mensen kiezen voor het donker. Dat mensen zwichten voor de wanhoop en niet voor de hoop. Zich laten leiden door angst en niet door liefde. Mens, zegt deze God, herinner je je licht. Verlies jezelf niet in het donker. Jij bent licht. Want je komt uit mij. 

    Maar wacht even. Kerst is tegenwoordig zo’n lichtexplosie, dat het weleens lijkt of er helemaal geen plaats meer is voor het donker. Betekent dat dan dat mijn donker, mijn angst en mijn wanhoop er ook niet mogen zijn? Nee, zeker niet. Licht maakt ook pijnlijk zichtbaar wat er niet is. Licht is onverbiddelijk. Ook alle rottigheid in onszelf komt aan het daglicht. Tranen bij het kerstdiner, een zwaar gevoel en een droge mond horen erbij. Maar … in het licht wordt het donker minder zwart. Als er niet aan voorbij wordt gegaan, maar er licht op jouw donker wordt geschenen, als het er echt mag zijn en niet verborgen wordt, dan krijgt het een andere kleur. Dan zie je weer waar je heen loopt. Dan verdwaal je niet meer in je eigen nacht.

    Kerst uit het jaar nul bleek actueel. Toen en is het nu nog. Waarom? Daar in het jaar nul gebeurde iets wat eeuwigheidswaarde had. emel en aarde raakten elkaar in gewone mensen en deed ze op weg gaan. Wie met Lucas meekijkt in de kribbe en getroffen wordt door wat daar te zien is, kan niet anders dan op weg gaan. Kan niet anders dan onvrede hebben met  het donker. Wij mensen zijn middelaars tussen hemel en aarde. Geboren om licht te zijn ontvangen en uit te stralen. Het kerstverhaal herinnert ons eraan wie we zijn. Waar we vandaan komen en waar we naartoe moeten.

    Kerst is misschien wel actueler dan ooit. Wij joelfeesters leerden dat er meer is dan eten en drinken en vrolijk zijn. Dat we het kwaad niet alleen met bellen en geluid kunnen verjagen, maar vooral met het licht in onszelf, dat wordt gevoed door de Eeuwige lichtbron die wij God noemen. 

    Kerst uit het jaar nul?
    In de nacht der nachten
    kwam God naar de aarde.
    Englen zongen hem ter eer,
    herders schatten hem op waarde.

    Eens geweest en steeds geweten,
    overtuigd van zeggingskracht,
    actueel en dus nog altijd
    meer dan slechts een sprookjesnacht.

    Lichtjesfeest en samen eten,
    familie en gezelligheid,
    en geloven dat God meer is,
    dan een mens van deze tijd.

    Ik kijk om me heen en zie:
    de wereld staat in brand.
    Toch droom ik over nieuwe tijden
    en t liefste hand in hand.

    Ik steek een licht aan, doe een wens.
    Ik ga naar buiten, deel mijn brood.
    Ik ben te vinden voor diegene
    die mij roept in bange nood.

    De vrederoep is actueel
    De mens die licht brengt evenzo
    Ik ga op weg, ontvang het wonder
    en gun mezelf dit kerstcadeau.

    Amen. 


  • datum 19 september 2016, door Lizanne Bak-Lanser | categorie: Leven
    Stronger in the broken places

    Deze mooie levenservaring kreeg ik van mijn Amerikaanse tante. Ik wil haar graag met jullie delen. 

    'A few years ago on a warm, summer day, after my mother passed away, I organized an estate sale at my parents' large old Spanish home along the coast of Los Angeles.  My brothers, sisters and boyfriend helped me label and tag 53 years of furniture, rugs, clothing, books and family heirlooms.  We displayed everything in our big grassy backyard and must have had about 100 people come by the house that day. 

    I was exhausted from this daunting task and finally at the end of the day, a few forlorn castoffs, bits, pieces and old mementoes of my parents' lives lay scattered throughout the yard.  By 7pm my family and boyfriend had left.  I felt tired, sad, deflated and emotionally drained from this long, memorable day.  It had been a really difficult year for me and this experience felt like a rite of passage.  A tall, lean young woman whom I'd just met that day, a friend of a friend named Suzanne stayed behind and continued to help me clean up the yard.  We gathered knick-knacks putting them into boxes, throwing out anything that was now deemed 'junk'. 

    She was so kind and helpful and eventually the two of us sat down on some old garden chairs to chat.  I glanced down onto the grass and picked up a small white, porcelain angel with a broken wing.  Suzanne said - 'Wow, that angel is just like me.  I have a broken wing.'  I said 'What do you mean?'She said 'I'm a recovering alcoholic and one of the reasons I stayed behind to help you is that in AA they teach us to be of service to others,  to perform some act of service every day.  I may have a broken wing, but I think we become stronger in the broken places.'

    In Farewell to Arms, Ernest Hemingway said 'The world breaks everyone and afterward many are strong in the broken places. But those that will not break it kills.'  I gave her a big hug and thanked her - savoring what she said.  I held onto that little porcelain angel with the broken wing.  To this day, it sits on my bedroom dresser and when I look at it, I smile and think of Suzanne's wisdom and kindness. 

    The world breaks everyone and afterward, some of us ARE stronger at the broken places.  Courage actually comes from being vulnerable, so if we take advantage of challenges, we DO become stronger.  I never saw Suzanne again but she truly touched my heart that day.  She was my angel with a broken wing.    Today I asked myself 'In what ways have I become stronger in the broken places?' Food for thought... Brene Brown, the TED Speaker says that 'vulnerability is what we feel when we know we're not perfect,  but we're willing to step into that wide open space anyway.  When we lay wide open with our hearts completely present, we display our inner beauty in such a way as to move other people to tears.' That's what the beautiful Suzanne did for the 'broken' me that summer day.'  

  • datum 19 september 2016, door Lizanne Bak-Lanser | categorie: Leven
    De buschauffeur

    (door Elisabeth Gilbert)

    Tijdens een regenachtige spits zat ik in een bus in New York. Het verkeer stond muurvast en de bus zat vol vermoeide, hongerige mensen. Twee mannen snauwden naar elkaar over een duw die al dan niet opzettelijk was en toen een hoogzwangere vrouw de bus binnen kwam, bood niemand haar een zitplaats aan. De sfeer was zwaar van frustratie en onvrede en het leek er niet op dat ook maar iets die stemming zou kunnen verlichten. Toen de bus Seventh Avenue naderde, pakte de bestuurder de intercom en zei: Mensen, het was een zware dag en ik voel jullie frustratie. Aan het weer of verkeer kan ik niets veranderen, maar er is iets wat ik kan doen. Iedereen die de bus verlaat, mag zijn problemen aan mij geven. Neem ze nou niet meer naar huis – laat ze hier achter. Mijn route loopt langs de Hudson; als ik daar aankom, doe ik het raam open en gooit ze zo het water in. Hoe klinkt dat?

    Het was alsof er een vloek werd opgeheven. Mensen barstten in lachen uit, gezichten begonnen te glimmen. Reizigers die elkaars blikken net nog strak hadden vermeden, keken elkaar opeens grijnzend aan. Meent-ie dat nou serieus? En óf hij het serieus meende. Bij de volgende halte stak hij, zoals beloofd, zijn hand uit en wachtte. Een voor een lieten de forenzen die uitstapten hun probleem in de hand van de bestuurder vallen. Sommigen lachten erbij, anderen waren zichtbaar ontroerd – en niemand sloeg zijn uitgestoken hand over. De bestuurder herhaalde dit ritueel bij de volgende halte. Helemaal tot aan de rivier.

    Mens zijn is de ene dag moeilijker dan de andere. Soms heb je een slechte dag. Soms heb je een slechte dag die een aantal jaren aanhoudt. Je verliest je baan, geld, vrienden, geloof, liefde. Er zijn momenten waarop alles lijkt gehuld in duisternis en je alleen maar kunt verlangen naar het licht, maar niet weet waar je het zoeken moet.

    Maar wat als je zelf dat licht bent? Dat is wat ik geleerd heb van de buschauffeur – dat iedereen het licht kan zijn in een donkere situatie. Dit was geen spiritueel leider of slimme mediaman. Hij was een gewone buschauffeur. Met echte kracht, die hij op een geweldige manier gebruikte.

  • datum 25 augustus 2017, door Lizanne Bak-Lanser | categorie: Spiritualiteit
    Terug van vakantie? Kranen open!

    De kop van een tekst op internet. ‘Drinkwater dat enige tijd heeft stilgestaan, kan van mindere kwaliteit zijn dan u gewend bent’, vervolgt het artikel. ‘Daarom adviseren wij u alle kranen door te spoelen en het toilet door te trekken.’ Ik kon een lach niet onderdrukken bij het lezen van de tekst. Werkt dat bij mensen ook zo? vroeg ik mij af. Hoe stil heeft ons innerlijke drinkwater de afgelopen weken gestaan? Is het tijd voor een doorspoeling of heeft dat water juist aan smaak gewonnen? In het algemeen denk ik dat een periode rust en vrij-zijn positief en fris werken op lijf en leden. Even wat losser van dat wat ons bindt. Even anders, tijdloos, samen. Zo’n periode kan inspireren, nieuwe ideeën genereren, zin opwekken voor de tijd die komt. Toch kan de ‘stilte’ ook zo intensief doorwerken dat de overgang naar het dagelijkse leven moeizaam blijkt. De doorstroming moet op gang komen. Het innerlijke water zijn stroom weer vinden. ‘Laat alle kranen een minuut lopen’, lees ik nog. Het duurt dus soms even, maar als het goed is, stroomt er dan weer heerlijk fris water door het systeem ;).

  • datum 27 maart 2016, door Lizanne Bak-Lanser | categorie: Geloof
    De eerste dag

    MEDITATIE PASEN ZONDAG 27 maart 

    Johannes 20:1-18 Paasevangelie
    Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria uit Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen van de opening van het graf was weggehaald (...) 

    Genesis 1:1-4
    In het begin schiep God de hemel en de aarde.  De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de
    oervloed, maar Gods geest zweefde over het water. God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht. 4 God zag dat het licht goed was, en hij scheidde het licht van de duisternis; het licht noemde hij dag, de duisternis noemde hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. D
    e eerste dag (...)

    Lieve mensen,

    Er moeten mensen zijn 
    die zonnen aansteken, 
    voordat de wereld verregent.

    Mensen die zomervliegers oplaten 
    als het ijzig wintert, 
    en die confetti strooien 
    tussen de sneeuwvlokken.

    Die mensen moeten er zijn.

    Er moeten mensen zijn 
    die aan de uitgang van het kerkhof
    ijsjes verkopen, 
    en op de puinhopen
    mondharmonica spelen.

    Er moeten mensen zijn, 
    die op hun stoelen gaan staan, 
    om sterren op te hangen in de mist.

    Die lente maken van gevallen bladeren, 
    en van gevallen schaduw, licht.

    Er moeten mensen zijn, 
    die ons verwarmen 
    en die in een wolkenloze hemel 
    toch in de wolken zijn zo hoog 
    ze springen touwtje langs de regenboog 
    als iemand heeft gezegd: 
    kom maar in mijn armen

    Bij dat soort mensen wil ik horen

    Die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen 
    ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan

    Er moeten mensen zijn die op het grijze asfalt 
    in grote witte letters LIEFDE verven

    Mensen die namen kerven 
    in een boom vol rijpe vruchten 
    omdat er zoveel anderen zijn 
    die voor de vlinders vluchten 
    en stenen gooien naar het eerste lenteblauw 
    omdat ze bang zijn voor de bloemen 
    en bang zijn voor: ik hou van jou

    Ja, er moeten mensen zijn 
    met tranen 
    als zilveren kralen 
    die stralen in het donker 
    en de morgen groeten 
    als het daglicht binnenkomt 
    op kousenvoeten

    Weet je, 
    er moeten mensen zijn, 
    die bellen blazen 
    en weten van geen tijd 
    die zich kinderlijk verbazen 
    over iets wat barst 
    van mooïgheid

    Ze roepen van de daken
    dat er liefde is 
    en wonder 
    als al die anderen schreeuwen: 
    alles heeft geen zin 
    dan blijven zij roepen: 
    nee, de wereld gaat niet onder 
    en zij zien in ieder einde 
    weer een nieuw begin

    Zij zijn een beetje clown,
    eerst het hart 
    en dan het verstand
    en ze schrijven met hun paraplu 
    I love you in het zand 
    omdat ze zo gigantisch 
    in het leven opgaan

    en vallen 
    en vallen 
    en vallen

    en OPSTAAN

    ~Toon Hermans~

    Mensen die zonnen aansteken, voordat de wereld verregent. Waar waren die mensen dinsdag op Zaventem en in Maalbeek? Mensen die zomervliegers oplaten, waar waren die in Parijs? Als ze er zijn, die mensen, waarom zijn ze er dan niet op de momenten dat je ze nodig hebt? Wat heb je aan zo’n dansend mens, als je dochter is omgekomen? Als je wereld in duigen ligt. Je leven in puin.

    Ik weet nog, dat mijn vader overleed en mijn opa zei: Gelukkig is het Pasen geweest. Wij keken de man verbijsterd aan. Wat hebben wij daaraan, nu onze weg doodloopt! Wat moet je met een verhaal van leven als je vader koud en stijf voelt? Wat met een verhaal van licht als bij jou de gordijnen dicht zijn? Dan worden het woorden, die komen uit een andere werkelijkheid, uit een leven waar je ooit deel aan had misschien. Maar nu? Nu is alles anders. Nu staat alles stil.

    Stil zoals de stilte die dinsdag in België intrad na de vernietigende aanslag en het pijnlijke geschreeuw. Stilte zoals na het horen van het lijdens-evangelie op Goede Vrijdag. Geen ruimte voor zomervliegers, ijsjesverkopers, dansers en touwtje-springers.  Stop all the clocks, dichtte  de Engelse dichter Auden

    Vertaald klinkt dat zo:

    Stop elke klok, snij af de telefoon,
    honden blaf niet, knaag stil je kluiven schoon,
    zwijg nu piano’s en met omfloerste trom,
    draag uit de kist en wie verdriet heeft: kom.

    Geen ster wil ik nu zien, ik wil dat je ze dooft
    dat maan en zon van licht worden beroofd.
    Maai plat het woud en droog de grote vloed,
    Want wat er ook gebeurt, dit komt nooit meer goed. 

    Ja, en daar zitten we dan. Na zo’n week.
    En dan vieren we vandaag Pasen.
    Zingen we over een nieuwe morgen en het licht dat terugkomt.
    Over het leven dat sterker is dan de dood.
    Over Gods liefde voor mensen, want Hij laat ons niet los.
    Er schuurt iets. Voelt u dat ook?

    Als de dood een einde maakt aan het leven, dan past de stilte …
    Zeker als de dood geen welkome gast is, maar een onverwachte indringer. Daar weten we in de kerk toch alles van. Na Goede Vrijdag is het Stille Zaterdag. Ik zei het gisteravond ook. Na de kruisdood van Jezus en de vele andere verliezen vandaag de dag is er geen ander passend antwoord dan de stilte. De stilte, waarin we elkaar en onszelf de ruimte geven om te rouwen.. te huilen.. te dealen met het verloren leven. De stilte, waarin we elkaar en onszelf toestemming geven te geloven dat het nooit, maar dan ook nooit meer goed komt…

    Want alleen als we het donker hebben omarmd, is er een kans dat er ooit zicht komt op het eerste licht. Het licht dat je aanstoot in de morgen. Die eerste dag, dat je beseft dat het gordijn ietsjes open is geschoven en je verrast wordt door het zonlicht dat door de ramen schijnt.  Die eerste dag, dat het aarzelend Pasen wordt.

    Aarzelend Pasen. Pasen is het niet in één klap. Pasen is een proces en ieder beleeft dat op zijn of haar eigen manier. Kijk maar naar wat Johannes ons vertelt. Maria, Petrus en de andere leerling reageren allemaal anders op het lege graf.
    De ontreddering van Maria, die de mannen in beweging brengt. De leerling zonder naam, die aarzelt voor het graf en Petrus die wat meer primair reageert, naar binnen gaat en de doeken ziet liggen. Een beeld dat uitgebreid beschreven wordt en daarom van betekenis. Johannes ziet en hij gelooft. Voor hem vallen de puzzelstukjes in elkaar. Voor anderen werkt het anders. En voor hun schrijft Johannes dan ook: ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat Hij moest opstaan.  Petrus en Maria hebben meer tijd nodig. Maria krijgt een ervaring waarbij ze zich in haar diepste zijn geroepen voelt en vandaaruit op weg gaat.

    Aarzelend werd het Pasen toen we elkaar gisteravond het licht doorgaven. Zoals het licht op de eerste dag. Toen God zei: Er zij licht en er was licht. Daar hoort een beeld bij. Niet het beeld van de lichtknop die je aan en uit doet, maar het beeld van de opkomende zon, die geleidelijk aan het hele land in vuur en vlam zet.

    Aarzelend wordt het Pasen. Dat is iets om te beseffen vandaag.
    We kunnen Pasen pas vieren als het Goede Vrijdag is geweest. Als we weten van lijden en verdriet. Van een wereld die onveilig is, hoe we ook ons best doen die veilig te maken. We kunnen Pasen pas vieren als het Stille Zaterdag is geweest. En we in verslagenheid zijn stil gevallen.

    En dan…dan pas zien we ze. Die mensen die zonnen aansteken, 
    voordat de wereld verregent. Die mensen die zomervliegers oplaten 
    als het ijzig wintert, en die confetti strooien tussen de sneeuwvlokken.
    Ze waren er al die tijd, toen wij in het donker zaten. Hun zonnen waren de stilte die ze ons lieten.
    Hun zomervliegers de ruimte die ze ons gaven. Hun confetti de arm die ze boden.

    Bij dat soort mensen wil ik horen
    Die op het tuinfeest in de regen BLIJVEN dansen 
    ook als de muzikanten al naar huis zijn gegaan

    Niet omdat ze tegen beter weten in blijven doorgaan.
    Maar omdat de muziek in hun hoofden doorgaat.
    De muziek van Pasen.
    De grondtonen van een diepgeworteld geloof
    dat het leven sterker is dan de dood.
    Van een geloof in de liefde van God,
    die zo dichtbij mensen kwam dat hij het lijden zelf ondervond.
    Van een God die nooit zo zichtbaar werd als in die ene mens Jezus.
    Van een God die leven teruggeeft en licht schept, steeds weer …
    op elke eerste dag.

    Bij dat soort mensen wil ik horen. 

  • datum 13 december 2015, door Lizanne Bak | categorie: Hoop
    Hoe tuimelbereid ben jij?

    Er is fantasie nodig om de werkelijkheid te begrijpen, las ik deze week. Een tuimeltekst noemen ze dat. Vanwege de tegenstelling erin die je van links naar rechts doet tuimelen. Fantasie en werkelijkheid? Dat zijn toch twee werelden? Dat tuimelen doet me denken aan de tijd waarin we leven. Vanuit de donkere dagen van november met de aanslagen van Parijs nog op ons netvlies, steken we vandaag de derde adventskaars aan. Met de gedachtenisdienst van onze eigen doden nog vers in de herinnering duiken we in de zoete periode van kerst. Moord en doodslag – lichtjes en ballen. Angst en boosheid – cadeaus en gezelligheid. Zo tuimelen we van links naar rechts en van rechts naar links.

    Van dat tuimelen, daar houdt de bijbel ook wel van. Eigenlijk staat de bijbel vol met tuimelteksten. Teksten, die ons uit vaste denkpatronen willen halen, verbazen en prikkelen, ons in beweging proberen te zetten. Waardoor je gaat denken dat tuimelen blijkbaar ook goed voor ons is. Een zekere tuimelbereidheid lijkt je op weg te houden naar de dag van morgen.

    Die dag van morgen is voor de oude priester Zacharias niet zo van belang meer. Zijn vrouw en hij zijn al op leeftijd en samen hebben ze geen kinderen gekregen. Ze leven in een donkere tijd in de geschiedenis van Judea. Reden genoeg om in fatalisme te verzinken. In het verleden te blijven steken. Dat doen ze en toch ook weer niet. Niet voor niets heten ze Zacharias (God onthoudt) en Elisabeth (God belooft). Samen belichamen ze als het ware de doorgaande verwachting, geeft Lucas aan. Zacharias zorgt ervoor dat de liturgie blijft voortbestaan. Dat oude rituelen en tradities blijven bestaan, ook al lijkt de tijd anders te willen. Herkenbaar, ook nu in de kerk. Waar mensen op vele plekken ondanks de leegloop blijven doorgaan. Omdat ze geloven dat het zin heeft om kerk te zijn. Ik heb daar bewondering voor. Want het valt niet mee om in de kerk te blijven geloven als op zondag de banken steeds leger worden. En tegelijkertijd kan dat volhardende ook een gesloten doorgaan zijn. Een doorgaan zonder te zien dat het ook anders kan. Zonder oog voor vernieuwing. Voor een andere weg.

    De oude Zacharias krijgt een engel op bezoek. Zo’n engelbezoek zien we in eerste hoofdstukken van Lucas drie keer zien gebeuren. Maria en ook de herders krijgen een engel op bezoek. Drie paren spelen de hoofdrol. Zacharias en Elisabeth, Jozef en Maria en Simeon en Hanna. Vier ouderen, twee jongeren en twee kinderen. Een samenstelling die me doet denken aan een gemiddelde protestantste gemeente van nu. Twee stellen krijgen te horen dat ze een kind verwachten. Het ene kind bij oude mensen die zwanger-technisch ‘over de datum’ zijn, het andere bij jonge mensen die er nog niet klaar voor zijn.

    Lucas schetst zo in drie hoofdstukken het decor, waar het optreden van Jezus zich straks gaat afspelen. En daarvoor maakt hij zorgvuldig de aansluiting tussen mensen van het verleden en mensen van de toekomst.

    Het lijkt erop dat verleden en toekomst, oud en jong nodig zijn voor de toekomst van God. Lucas trekt lijnen vanuit het Oude Testament naar nu. Hij kleurt de personages in met teksten die hoorbaar afkomstig zijn uit oude verhalen. Zo spant hij een boog van de oerbronnen van zijn traditie naar het heden. Daar komen we vandaan. Daar liggen onze wortels. Dat is onze basis.

    De oude priester krijgt een boodschap. En hij reageert ongeveer zoals aartsmoeder Sara in Genesis. Met ongeloof. Zo kun je reageren als je te maken krijgt met iets wonderlijks, iets totaal onwerkelijks, iets van godswege. Zo kun je reageren als alles in je leven een heel andere weg wijst, als je je al jaren hebt neergelegd bij hoe dingen gaan. Zeker als je al even mee gaat en het leven in al haar toonaarden heeft geklonken.

    Hoe anders reageert Maria als de engel haar bezoekt. Haar tuimelbereidheid is opvallend groter. Haar schrik verandert snel in opgetogenheid. En nadat de jonge Maria haar oude tante Elisabeth ontmoet heeft, zingt zij het zelfs uit. Voordat Zacharias zingt, moet er even wat tijd overheen gaan. Pas als zijn kind het levenslicht ziet, zingt ook hij zijn lied voor God. De vertegenwoordiger van de oude verwachting stemt dan pas in met de draagster van het nieuwe begin.

    Voor ons idee zou het zo mooi zijn als de oude tijd de deur kon openhouden voor de nieuwe tijd. Als ze een mooi welkomstwoord kon spreken en dan de fakkel zou doorgeven. Maar bij het oude hoort ook de onmacht om het nieuwe te zien en te denken. Dat is misschien in alle tijden wel zo, ook nu in de kerk. Het beste wat de oude verwachting soms kan doen, is zwijgen totdat iets nieuws aan het woord is gekomen en dan dankbaar instemmen.

    Het zwijgen van Zacharias heeft ook iets van een adventsoefening: hij is trouw, hij heeft alle hoop waartoe hij in staat is, meegesleept tot aan vandaag. Maar het ontbreekt hem aan het vermogen om het nieuwe te denken.

    De hoop meeslepen tot aan vandaag. En nu? Om me heen hoor ik de vragen van mensen. Hoe beschermen we ons land, onze wereld tegen terrorisme? Hoe kunnen we vreemdelingen opvangen zonder fundamentalisten binnen te halen die ons land vernietigen? Hoe bewaken we onze bevochten waarden, onze rechten, ons geluk? Op welke manier bestrijden we een onzichtbaar leger met mensen die de dood verkiezen boven het leven?

    De hoop meeslepen tot aan vandaag. Maar hoe nu verder? Hoe blijft de hoop levend? Deze week kocht ik de World Book of Hope. In het boek wordt vanuit diverse kanten het thema ‘hoop’ belicht. Eén van de schrijfsters is de filosofe Martha Nussbaum. Zij schrijft: de tijd waarin wij leven vormt een enorme uitdaging voor onze menselijkheid. Het is een tijd die de waarden van menselijk begrip, wederzijds respect en mededogen zwaar op de proef stelt. Ik denk, zegt Nussbaum, dat we vijf opdrachten hebben om de toekomst tegemoet te treden.

    1. We moeten kijken naar de feiten. Dat betekent dat we ons niet door onverantwoordelijke stemmen moeten laten ophitsen. Ons niet laten verleiden te oordelen op basis van stereotypen. Ons verdiepen in de ander.
    2. We moeten anderen beoordelen zoals we onszelf beoordelen. Met respect en fatsoen.
    3. We moeten de verbeelding cultiveren. Om je in de ander te kunnen verplaatsen, is verbeelding nodig. Daarom zijn vakken als literatuur, filosofie en kunst zo belangrijk op school.
    4. We zullen de handen ineens moeten slaan om menselijke waarden te laten zegevieren. Niet langs elkaar heen leven, maar elkaar opzoeken en samen ervoor gaan.
    5. En tenslotte hebben we de morele plicht om hoop te koesteren. De hoop is als een plantje, dat je water moet blijven geven. Hoe doe je dat? Hopen, zegt Nussbaum, doe je door naast te werken ook te spelen. Naast je in te spannen ook plezier te hebben. Je mag, nee je moet speels en dwaas zijn op zijn tijd, dansen, schilderen, genieten. Het is plezier dat ons gaande houdt, dat ons tot aanhangers van respect, mededogen en rechtvaardigheid maakt en ons helpt de hindernissen op ons pad te overwinnen.

    Hopen is geen passieve staat van zijn. Nee, hoop, zo blijkt ook uit het boek, is vaak de drijver tot actie. Hoop is een streven met opgestroopte mouwen, zo zegt iemand. Hoop blijkt niet alleen te maken te hebben met de toekomst, maar vooral met de opbouw van onze veerkracht in het heden.

    3 Hoor, een stem roept, zegt Jesaja
    ‘Baan voor de HEER een weg door de woestijn,
    effen in de wildernis een pad voor onze God.
    6 Hoor, een stem zegt: ‘Roep!’
    En een stem antwoordt: ‘Wat zou ik roepen?

    Wat zou ik roepen? dacht Zacharias. Wat heb ik hierop te zeggen? En de engel legde hem het zwijgen op. Hij mocht zwijgen tot het lied in hem zou doorbreken. In zichzelf keren tot hij de vreugde weer kon voelen. Soms is dat nodig. Dat we zwijgen. Dat we stil zijn. Niet onophoudelijk evalueren van alles wat er gebeurt, niet al onze vragen en klachten uitspreken. Dat spreken kan de onmacht, kan de boosheid of de wrok in stand houden. Waardoor we in dezelfde kringetjes blijven rondgaan. Soms is het tijd om te zwijgen. In je werk, in je relatie, in dat lastige conflict. Niet om stug en non verbaal je punt te maken. Nee, om de ander aan het woord te laten.  

    Geen gek idee om zo de Advent in te gaan. Stilte om ruimte te scheppen voor wat komen gaat. Met twee oude en twee jonge mensen naar Jezus het kind. Jezus van wie werd gezegd: Hij zal het hart der vaderen tot de kinderen terugbrengen en het hart der kinderen tot hun vaderen. Oude tijd en nieuwe tijd zullen zich verbinden. Ze hebben elkaar nodig om verder te kunnen. Net als Maria en haar oude tante Elisabeth. De een levend met de schande van de onvruchtbaarheid, de ander met de schande van een te vroege zwangerschap zonder toedoen van haar man. Zij staan anders in het leven en toch herkennen ze zich in elkaar.  Hier begint het, zegt Lucas. Als oude en nieuwe tijd zich verbinden, kan er iets nieuws ontstaan. 

    Hebben we fantasie nodig om de werkelijkheid te begrijpen? Ja, zegt de Bijbel. Fantasie in de zin van verbeelding haalt ons uit vaste denkpatronen. Het helpt ons buiten onze kaders te denken. Zo zei een schooldirecteur in Rotterdam eens tegen mij: Willen we over 20 jaar visionaire leiders hebben? Dan zullen onze kinderen naast de prestatievakken met kunst, theater en verhalen moeten opgroeien. Zij moeten worden geschoold in een zekere tuimelbereidheid. Die van belang is om te dealen met de hindernissen op je pad.

    Ik eindig daarom met een verhaaltje.

    Er was eens een kleine vrouw, die langs een stoffige veldweg liep. Ze was al tamelijk oud, maar haar loop was licht en haar lach had de frisse glans van een onbezorgd meisje. Bij een ineengekrompen gedaante bleef ze staan en keek naar beneden. Ze kon niet veel herkennen. Het wezen dat daar in het stof op de weg zat, leek bijna figuurloos. Het deed haar denken aan een grauwe flanellen deken met menselijke vormen.

     Ze bukte zich en vroeg: wie ben jij? Twee bijna levenloze ogen keken moe omhoog. Ik? Ik ben het Verdriet, fluisterde een stem. En alsof ze een bekende begroette, riep de kleine vrouw blij: Och, het Verdriet! Je kent mij?, vroeg het Verdriet wantrouwend. Natuurlijk ken ik jou. Steeds weer heb je mij op mijn weg begeleid.

    O?, antwoordde het Verdriet vragend, waarom vlucht je dan niet voor mij? Waarom zou ik voor je vluchten? Je weet zelf toch maar al te goed dat je elke vluchteling inhaalt. Wat ik je wilde vragen, waarom zie je er zo moedeloos uit? Ik ben verdrietig, antwoordde de grauwe gedaante met gebroken stem. 

    De kleine oude vrouw ging naast haar zitten. Weet je, begon Het Verdriet, niemand mag mij. Het is nu eenmaal mijn bestemming om me soms onder de mensen te bevinden en een tijdje bij ze te blijven. Maar als ik kom, schrikken ze terug. Ze zijn bang voor mij en mijden me. Het Verdriet slikte. En dat terwijl ik mensen alleen maar wil helpen. Want als ik heel dicht bij ze ben, kunnen ze zichzelf ontmoeten. Ik help hen een nest te bouwen, waar ze hun wonden in kunnen verzorgen. Alleen wie mij, het Verdriet, toelaat en alle ongehuilde tranen huilt, kan zijn wonden echt genezen.

    Maar de mensen willen helemaal niet dat ik ze help. In plaats daarvan schminken ze een lach over hun littekens. Of ze leggen een pantser over hun bitterheid heen. Tja, zei de kleine oude vrouw, zulke mensen ben ik ook tegengekomen. Huil maar, Verdriet,  rust maar uit, zodat je weer nieuwe krachten krijgt. Vanaf nu zal je niet meer alleen zijn. Ik zal je met je meegaan zodat de moedeloosheid niet meer overheerst.

    Het Verdriet stopte met huilen. Ze ging rechtop zitten en keek haar gezelschap verbaasd aan. Maar .. eh .. wie ben jij eigenlijk? Ik? vroeg de kleine oude vrouw grijnzend en ze lachte weer onbezorgd als een jong meisje. Ik? Ik ben de Hoop.  


    (Adventsdienst 2015; te lezen teksten Jesaja 40:1-11 en Lucas 1)

      

  • datum 8 december 2015, door Lizanne Bak | categorie: Leven
    Leren loslaten

    Op een dag leer je het subtiele verschil kennen
    tussen een hand vasthouden en een ziel ketenen.
    Dan leer je dat liefde niet betekent: leunen
    en dat gezelschap niet betekent: veiligheid.
    Je ontdekt dat een kus geen contract is
    en een cadeau geen belofte.
    Je begint je nederlagen te accepteren
    met je hoofd omhoog en je ogen open.
    Je leert vertrouwen op vandaag,
    omdat morgen te onzeker is voor plannen.
    Na een poos leer je dat zelfs 
    zonneschijn je verbrandt als je er teveel van krijgt.
    Dan wordt het tijd je eigen tijd te beplanten
    en dan zorg je voor je eigen ziel
    en wacht je niet langer op een wonder van buitenaf
    En dan weet je echt, dat je het echt kunt volhouden
    en dat je sterk bent
    en dat je echt waarde hebt.
    En je leert en leert.
    Bij ieder afscheid leer je.

    - Voltaire -

  • datum 15 november 2015, door Lizanne Bak | categorie: Leven
    Hoe nu verder?

    De dromers zijn aan bod

    Na een bewogen weekend met de vele slachtoffers van terreur in Parijs, is de vraag 'hoe nu verder?' Hoe beschermen we onze waarden? Hoe reageren we in taal of teken dat begrepen wordt? Hoe brengen we een halt toe aan verwoestende religieuze praktijken als deze? Voor dit moment lijkt het me goed weer verbinding te maken met de dromen, die in ons leven. Hieronder het bekende nummer Imagine van Lennon en een prachtige vertaling van Ans Bouter. 

    Imagine

    Imagine there’s no heaven
    it’s easy if you try
    No hell below us
    above us only sky
    Imagine all the people
    living for today

    Imagine there’s no countries
    it isn’t hard to do
    Nothing to kill of die for
    and no religion too
    Imagine all the people
    Living life in peace

    You may say I’m a dreamer
    but I’m not the only one
    I hope someday you’ll join us
    and the world will be as one.

    Imagine no possessions
    I wonder if you can
    No need for greed or hunger
    A brotherhood of man
    Imagine alle the people
    sharing all the world

    You may say I’m a dreamer
    But I’m not the only one
    I hope someday you’ll join us
    And the world will live as one.

    John Lennon


    Een wereld

    Een wereld zonder hemel

    Geen mens meer naar de hel
    Louter blauwe luchten
    Zeg angst en schuld vaarwel
    Een wereld voor ons allen
    Leven met elkaar

    Een wereld zonder grenzen
    Een streepje op de kaart
    Geen mens meer dood te wensen
    Geen godsdienst is dat waard
    Een wereld voor ons allen
    Vrede hier en nu

    Denk gerust da’s een dromer
    Maar de dromers zijn aan bod
    Want heus de tijd gaat komen
    Dat mijn droom bewaarheid wordt

    Een wereld zonder rijkdom
    Geen honger, geen geweld
    De hebzucht overwonnen
    Het gaat om meer dan geld
    Een wereld voor ons allen
    Delen al het moois

    Denk gerust da’s een dromer
    Maar de dromers zijn aan bod
    Want heus de tijd gaat komen
    Dat mijn droom bewaarheid wordt 

    Bron: AnsBouter.nl


  • datum 2 juni 2015, door Lizanne Bak | categorie: Bijbelverhalen
    Als Mozes had doorgevraagd
    Exodus 3: 1-14

    Bij het lezen van bovenstaande bijbeltekst, waarin Mozes God ontmoet en God zijn naam noemt als 'Ik ben die er zijn zal' heeft Marjolijn van Heemstra een prachtig eigentijds gedicht gemaakt. Een gedicht, waarin ze misschien wel verwoordt hoe jij zou reageren als jou zoiets overkwam. Het zouden achteraf mijn woorden kunnen zijn nadat ik in eerste instantie sprakeloos zou zijn. Het gedicht hoorde ik onlangs en wil ik je niet onthouden. Het klinkt zo:

    Moest ik mijn land verlaten: ik zou blijven.
    Stond mijn stad in brand: ik draaide om.
    Moest ik mijn kind offeren: ik weigerde.
    Zolang jij je niet laat kennen houd ik
    benen op de grond, armen om het kind.
    Mij scheep je bij geen bramenstruik af
    met ‘ik ben die ik ben’, een kleine vlam, een donderstem.
    Mozes was iemand van zijn tijd: dankbaar voor het leven,
    bang om door te vragen en ook: een man,
    die vragen niet zoveel.
    Ik was blijven staan bij die struik tot je verscheen.
    Geen smoesjes van doeken voor ogen omdat je straling te fel.
    Mozes was brandgloed gewend, ik tl.
    Kom maar op, zou ik zeggen. Zeg ik nu: Kom maar op.
    Als niet Mozes, maar ik bij Horeb had gestaan ging het zo:

    ik: Wie ben je?
    jij: Ik ben die ik ben.
    ik: Ik ook.
    jij: Ja, jij ook.

    Dan had ik je aangeraakt en jij mij.
    Was de Bijbel geen boek, maar een omhelzing.

  • datum 3 mei 2015, door Lizanne Bak | categorie: Geloven
    Woorden die ruimte scheppen

    “Vanmiddag Japanse platen bekeken met Glassner. En opeens wist ik het weer: zó wil ik schrijven. Met zóveel ruimte om een paar woorden. Ik haat veel woorden. Alleen woorden die organisch ingevoegd zijn in een groot zwijgen, zou ik willen schrijven. Niet woorden, die er alleen maar zijn om het zwijgen te overstemmen en uiteen te rukken. De woorden moeten eigenlijk het zwijgen accentueren. Zoals op die ene Japanse plaat met die bloesemtak beneden in de hoek. Een paar tedere penseelstreken – maar wélk een weergave van het kleinste detail – en daaromheen de grote ruimte. Maar niet een ruimte, die een leegte is, maar laten we zeggen een bezielde ruimte. Ik haat een opeenhoping van woorden. Men kan eigenlijk met zo weinig woorden zeggen … de paar grote dingen, waar het om gaat in het leven.”

    Bron: Het Werk – Etty Hillesum - 

    Ik weet het nog goed. Ik was 10. Ik ging met mijn ouders naar de kerk en zondag na zondag begreep ik er niks van. Als de dominee dan toch zoveel woorden sprak.. vroeg ik mij af.. en het ging over iets heel belangrijks…waarom begreep ik hem dan niet? Ik besloot de dominee een brief te schrijven en mijn vraag bij hem neer te leggen. Ik kreeg antwoord. ‘Beste Lizanne, wacht maar tot je wat ouder bent; ik telde op jouw leeftijd ook de pijpen van het orgel.’

    In datzelfde jaar verhuisde ik vanwege het werk van mijn vader voor twee jaar naar Iran. Mijn vader werkte voor een grote aannemer, die ook in het buitenland zat en waardoor ik al jong heel wat van de wereld gezien heb. Op een dag bezochten we een moskee. Ik herinner me nog hoe opgewonden ik was eindelijk zo’n prachtige moslimkerk te bezoeken. Ik kreeg van mijn moeder een witte doek om mijn hoofd. We gingen naar binnen. Aanvankelijk onder de indruk van de grote koepel, werd ik me al snel bewust van de onprettige sfeer. We waren niet welkom en ondervonden dat doordat wij letterlijk ingesloten werden door de menigte mensen om ons heen. Steeds kleiner werd de ruimte waar wij ons bevonden en uiteindelijk verlieten we de moskee.

    Beide ervaringen verwarden mij als kind. Als het hier om God gaat, waarom snap ik het dan niet?
    Als het hier om God gaat, waarom voelt het dan zo rot? Wat is het nut van zoveel woorden, gebruiken, pracht en praal als je je buitengesloten voelt? Als je het gevoel krijgt dat het niet om jou gaat…

    Het waren de ervaringen van een kind, die ik later in perspectief kon plaatsen. De dominee probeerde mij ongetwijfeld gerust te stellen en de gelovigen in de moskee voelden zich misschien bekeken. En toch … in de kern hebben ze me gevormd en kritisch gemaakt in mijn zoektocht naar God. Waar is God te vinden? In de kerk, in de moskee, in het vastgestelde geloof? Of is hij te vinden, daar waar woorden een middel zijn om het zwijgen te accentueren, zoals Hillesum zegt?
    Woorden als tedere penseelstreken, die het doel hebben jou en mij een bezielde ruimte in te leiden.

    Etty raakt me, omdat ze precies omschrijft wat ik voel. Ik erken de kracht van woorden. Woorden kunnen opbouwen en verdiepen. Woorden kunnen gevonden pareltjes zijn, waarmee je schept, iets nieuws maakt. Maar woorden kunnen ook afbreken, verstikken. Hoeveel zwijgen wordt er overschreeuwd in ons leven? Hoe vaak gaat het alléén nog om de woorden, die iemand spreekt?
    Wordt de stilte dichtgesproken, de ruimte vol gezet. In de media, maar ook op een verjaardag of tijdens een vergadering op het werk. Woorden, waarmee de werkelijkheid controleerbaar lijkt te worden. Maar waardoor je aan het werkelijke niet toekomt…

    Ook in de kerk, waar naast woorden ook sluitende systemen de beleving kunnen doden. Ik merk dat ik huiver van plekken, waar vragen naar God niet mogen bestaan, maar dichtgetimmerd worden met antwoorden. Waar geloven verwordt tot een vierkant blok beton, dat stuk valt als er een vraag komt waar niet in was voorzien. Naar mijn idee lopen kerken leeg, omdat mensen het religieuze taalveld niet meer verstaan. Woorden als God en Christus, binnen de kerk opgevat als begrippen, die vaststellen wat geloof is… sluiten niet meer aan bij de beleving van mensen. Geloof je het zo, dan mag je erbij. Geloof je dat niet, dan moet je ergens anders zijn. Maar is geloof niet veel meer dan dat? Nee, anders gezegd: is God, is het geheim van het leven niet veel meer dan een dichtgetimmerd systeem?

    De Japanse zenmaster Daisetsu Teiraro Suzuki (19e eeuw) liet eens aan de hand van twee gedichten zien hoe de manier waarop iemand kijkt naar de natuur, iets zegt over hoe hij kijkt naar het leven. Het ene gedicht klonk zo:  

    Bloem in de gaten van de muur
    ik plukte je uit de gaten
    Ik hield je vast in mijn hand met wortel en al
    Kleine bloem,
    ik kan alleen begrijpen wie jij bent met wortel en al
    als ik weet wie God is en wie de mens is.

    De hoofdpersoon plukt de bloem, trekt haar met wortel en al uit de natuur. Hij inspecteert haar van dichtbij. Hij wil haar begrijpen en denkt dat te doen door de bloem van alle kanten te bekijken. Maar hij stuit alleen maar op meer vragen en uiteindelijk sterft de bloem.

    Het andere gedicht is kort:
    Toen ik aandachtig keek, zag ik de Nazuma bloeien bij de haag.
    De Nazuma is een onopvallend klein plantje. Je moet moeite doen om het te zien. Door aandachtig te kijken en het plantje te laten voor wat ze is, ziet hij de bloem in haar essentie: ze bloeit, ze leeft.

    De weg van het hoofd - alles tot op het bot ontleden en verwoorden -  brengt ons niet bij het antwoord. Het geheim van het leven wordt daar gevonden waar wij onze pas inhouden. Waar we ons bukken en laten verrassen door wat er is en tot ons komt.

    Daar in die kerk op mijn 10e werd het geheim van het leven niet met mij gedeeld. Ik was te klein. God was voor grote mensen. Ook in de moskee in Iran mocht ik geen deelgenoot zijn van het geheim dat daar werd ontdekt. In beide gevallen was er geen ruimte. Leek dat Grote Geheim geen ruimte te hebben voor mij. En dat is nu precies waar ik heen wil. Want dat Grote Geheim, dat velen God noemen…dat zo vaak ingekaderd…gevangen wordt in systemen, bestaat naar mijn idee alleen bij de gratie van ruimte. God IS ruimte. God sterft op plaatsen, waar geen ruimte is. God sterft waar je hem vast wilt pakken. Net als de bloem van de eerste dichter. Hij sterft, omdat de mens haar plukt.

    Die ruimte voelde ik wel als ik als klein meisje onder de sterrenhemel stond. Als ik me geborgen voelde bij mijn ouders of als ik spelend tijdloosheid ervaarde. Had dit met God te maken?

    Etty Hillesum zegt van wel. Ik was als kind al deelgenoot van het Grote Geheim. Anderen kunnen daar niets aan afdoen. Etty geeft woorden aan mijn verwarde gevoel van toen. Dat wij met onze woorden, met onze geloofsleer, met ons leven als de penseelstreken van de Japanse schilder zouden moeten zijn. Met passie en gedrevenheid aan de ene kant, maar … o zo belangrijk … met luchtigheid en zelfrelativering aan de andere kant.  Wat een kans ligt hier!  Om met elkaar iets van God te ervaren. In alle ruimte. 

    (NA TE LUISTEREN OP VERMOEDENVIERING)


  • datum 27 december 2014, door Lizanne Bak | categorie: Leven
    Dat je gezegend mag zijn

    Geïnspireerd door een zegenbede van Franciscus van Asisi geef ik je voor het nieuwe jaar deze wenswoorden mee.

    Dat je gezegend mag zijn met ontevredenheid
    over gemakkelijke antwoorden,
    halve waarheden en oppervlakkige relaties
    opdat jij onverschrokken de waarheid mag zoeken
    in liefde diep in je hart. 

    Dat je gezegend mag zijn met woede
    over onrechtvaardigheid
    onderdrukking en uitbuiting van mensen
    opdat jij onophoudelijk mag werken
    aan rechtvaardigheid, vrijheid en vrede voor allen. 

    Dat je gezegend mag zijn met tranen
    die mogen vloeien met hen die lijden
    aan pijn en afwijzing of het verlies van een geliefde
    opdat jij je hand mag uitstrekken
    en hun pijn in vreugde mag veranderen.

    Dat je gezegend mag zijn met genoeg dwaasheid
    om te geloven dat jij een verschil kan maken in deze wereld
    en kan doen wat anderen voor onmogelijk houden.

     

  • datum 10 december 2014, door Lizanne Bak | categorie: Licht en leven
    In times of darkness

    In deze donkere dagen voor kerst besef je weer: wat is licht toch essentieel in een mensenleven! Deze mooie tekst van Brian Kiely wil ik je niet onthouden. 

    In times of darkness we stumble towards the tiny flame.
    In times of cold we seek the warming fire.
    In times of repression we reach for the lamp of truth.
    In times of loss we pray for the comforting light.
    In times of joy we light a candle of celebration.
    Spirit of Life, as we kindle this light, help us find what we need this day.

  • datum 25 november 2014, door Lizanne Bak | categorie: Geloof
    Wat geloof ik nog?

    (bij 2 Samuël 21:1-14)

    Er was een tijd dat ik geloofde dat de wereld waarin wij leven, een wereld van vooruitgang was. Waar mensen en systemen toewerkten naar humaniteit, duurzaamheid  en vrede. Ik geloofde dat er universele menselijke waarden bestonden zoals gelijkheid, menselijke waardigheid en vrijheid van gedachte. Waarden, waar we ons als wereldburgers in herkenden en die we hooghielden. Waarden, die ons dreven en waardoor we strijd aangingen tegen slavernij en achterstelling van vrouwen.

    Ooit geloofde ik dat wanneer een mens toch de schreef  overging het slechts een kwestie van tijd was voor hij in zag op de verkeerde weg te zijn en zijn gedrag zou herroepen. Ik geloofde dat de reden waarom mensen toch tot onmenselijk handelen kwamen veelal verklaard kon worden door jeugdige overmoed, een leven in armoede of een laag intelligentieniveau.

    Ik geloofde dat wetenschap en moderne communicatie mensen dichter bij elkaar zouden brengen. Dat het world wide web mensen, religies en culturen zou verenigen en verrijken. Dat eenzaamheid een begrip zou zijn uit een voorbije tijd en angst voor het onbekende zou oplossen in gedeelde kennis en ervaring.

    Zie mij hier staan. Sprekend in een wereld, waar een groep genaamd IS mensen naar welbevinden martelt en onthoofdt. Waar hoogopgeleide mensen uit ons eigen land jihadstrijders worden en afreizen naar Syrië om met geweld een Islamitische Staat te stichten. Een wereld, waar het gevaarlijke ebola rondwaart en zoveel dood en verdriet achterlaat. 

    Zie mij hier staan. Sprekend in een land, waar 1 op de 3 mensen eenzaam is. Waar de kerk afbrokkelt en er geen systeem meer is dat blijvend zorg draagt voor de gemeenschap.

    Hier sta ik en ik vraag u: was ik een idealist, een dwaas of had ik gewoon een bord voor mijn kop? Was het geloof, dat mij dreef, slechts een verhaaltje dat ik mijzelf vertelde? Of was het meer dan dat?

    En dan lees ik weer eens in de Bijbel. Dat boek over een God, wiens wezen samenvalt met de waarden die ik hoog hield. Dat boek dat vol staat met verhalen van mensen, met spreuken en wetten, die ons vertellen dat het de liefde is die regeren moet boven al het andere. En ik lees het verhaal van Rizpa. Het verhaal van een vrouw, die het slachtoffer wordt van een wreed spel. Haar zonen zijn voor haar ogen vermoord en zij heeft het niet kunnen voorkomen. Afschrikwekkend zijn de beelden die het verhaal oproept. Wat is het Oude Testament toch gruwelijk, hoor ik vaak zeggen. Maar schokkend genoeg zijn deze beelden uit de 11e eeuw voor Christus niet gedateerd, maar uiterst actueel. 

    Wat is er gebeurd in ons verhaal in Samuël? Daarvoor moeten we kort de geschiedenis in. Toen Jozua het beloofde land in trok en tegen allerlei stammen strijd voerde, kwam hij ook in aanraking met de Gibeonieten. Een volkje dat bang was te verliezen van de Israëlieten met hun sterke God en daarom een list bedacht waardoor zij door Jozua met rust gelaten zouden worden. Zij deden zich voor als mensen die lang gereisd hadden en geen eten meer hadden, maar van verre hadden gehoord over de grote daden van Jozua en zijn God. Jozua was gestreeld, geloofde hen en beloofde hen niet aan te vallen, ook toen later bleek dat de Gibeonieten gelogen hadden. De Gibeonieten werden sindsdien als een aparte groep mensen getolereerd in Israël. Als houthakkers en waterputters waren zij dienstbaar aan Israël. Een geschiedenis die Saul niet lekker zat. In zijn ogen waren de Gibeonieten vreemden en niet het ware volk van God. In zijn streven naar een zuiver volk van God verbrak hij de belofte van Jozua en doodde hij vele Gibeonieten.

    Streven naar een zuiver volk … Saul deed het, maar eeuwen later deed Hitler het en IS doet het opnieuw.

    Het onrecht dat de Gibeonieten is aangedaan, is iets dat niet zomaar vergeten kan worden. En als David God vraagt om een verklaring voor de hongersnood in het land, wijst God David op deze wrok die onder de oppervlakte ligt. Onuitgesproken wrok, die ervoor zorgt dat er een bom onder de samenleving ligt. En een bom kan elk moment barsten. Waar mensen in onmin met elkaar leven, kan niet geoogst worden. Waar geen gerechtigheid gedaan wordt, kan geen vrede bestaan. Nu lijkt het bij eerste lezing dat God David stimuleert tot de gruwelijke moord, die volgt. Toch is dat niet zo. God zinspeelt met zijn boodschap op het rechtzetten van het onrecht. De oplossing die wordt gekozen komt geheel en al uit de koker van mensen! Zij kunnen niet verder als de schuldigen niet gestraft worden en vragen om de dood van zeven mannen. Zeven, het getal van de volheid dat symbool staat voor de hele familie van Saul.

    En zo zit Rizpa bij haar zonen. Machteloos… slachtoffer van een wrede wraakactie. Maar haar moederliefde stopt niet bij de dood. Die wordt zo mogelijk nog intenser voelbaar. Is dat niet altijd zo? Dat je nog sterker ervaart wat er was als het voorbij is? De liefde voor haar zonen drijft haar te blijven…daar op de rots. Met het spreiden van het rouwkleed laat ze haar verdriet zien. Laat ze zien wat een moeder voelt die haar kind verliest. Het staat er niet, maar vast en zeker heeft ze geweeklaagd, gehuild, geschreeuwd. Maar ze blijft een moeder. Het verlies van je kinderen maakt je niet minder moeder. Als een moeder beschermt ze haar kinderen tegen de jakhalzen en de roofvogels. Als een moeder beschermt ze haar kinderen tegen nog meer mensonwaardigheid. 
    Ze zit daar van de oogsttijd tot aan de herfstregens. En haar daad heeft resultaat. Als David hoort van haar moed, beseft hij dat hij kan zorgen voor een menswaardige begrafenis. En zo gebeurt het ook. En dan pas, aan het eind van het verhaal wordt God weer aangehaald. In onze vertaling staat het wat ongelukkig. De Willibrordvertaling zegt: Toen de opdracht van de koning was uitgevoerd, nam God dat aan als verzoening voor het land. Dan pas…als recht wordt gedaan aan de menswaardigheid, wordt God weer genoemd.

    Sameera al Nuaimy heette ze. Ze was een Iraakse mensenrechtenactiviste. Advocate van beroep en vaak pro deo inzetbaar voor vrouwenrechten. Eind september werd zij openbaar gedood in Mosul door mensen van IS. Haar nabestaanden is verboden een uitvaart te organiseren voor haar. Een laatste afscheid is haar niet gegund.

    Maar net als David de echo hoorde van de roep van Rizpa, horen wij de echo van stem van Sameera. De echo van haar stem, die het verhaal vertelt van gelijke rechten voor ieder mens. Zij geloofde erin. Zij geloofde dat dit verhaal verteld moest blijven worden. Tot de dood haar de mond snoerde. Wij horen haar echo nog en wat doen wij ermee? Wie zorgt ervoor dat de wegstervende echo weer stem wordt? Wie zorgt ervoor dat het verhaal van Sameera een vervolg krijgt?

    Ronald Kremer doet dat met zijn werk als arts in Sierra Leone, waar hij ebola patiënten behandelt. Hoe moeilijk is het mensen nog waardig te behandelen, zegt hij, als je ze nauwelijks mag aanraken, niet eens mag aankijken omdat een mogelijk braken infectie kan veroorzaken. Als je geen tijd hebt, omdat er nog zovele anderen zijn die wachten. Op zekere dag, vertelt Kremer, mag Yusu naar huis. Ik rijd hem zelf met een ambulance naar het dorp. Yusu is 35. Twee kinderen van hem zijn overleden aan ebola. Zijn vrouw ook. In het dorp ziet hij voor het eerst zijn dochter van 5 maanden weer. Zijn zus twijfelt of ze het kind wel aan hem geven kan. Als Yusu zijn dochtertje ziet, begint hij te huilen. Ik sta daar tussen de 400 dorpelingen, zegt Kremer, en ik voel dat ik iets moet zeggen. Ik zeg: jullie wonen op een van de mooiste plekken op aarde en jullie zijn getroffen door ebola. Maar hier is Yusu. Hij is weer gezond. Behandel hem ook zo. Met die paar woorden geeft Kremer Yusu zijn menswaardigheid terug. Zorgde ebola dat Yusu uitgestoten werd uit de gemeenschap, nu hoort hij er weer bij.

    Het verhaal van Rizpa bepaalt me bij wat het onmenselijk handelen van mensen teweeg kan brengen. Het verhaal van Ronald Kremer leert mij hoe een ziekte kan rammelen aan de poorten van je menswaardigheid. Ik denk dat het niet toevallig was dat ik onlangs week keek naar de film Amour.  Een film dat het verhaal vertelt van een ouder echtpaar, waarvan de vrouw getroffen wordt door een beroerte. Geleidelijk aan nemen haar krachten af. Kan ze niet meer lopen, wordt het spreken steeds moeilijker, lukt het niet meer haar ontlasting op te houden. Niet voor niets heet de film Amour. Liefde. Het is de liefde, die hen beiden doet lijden. Omdat het pijn doet de ander zo te zien aftakelen. Omdat het pijn doet in de blik van de ander te zien dat jij achteruitgaat. Maar het is ook de liefde, die hen helpt de waardigheid van de ander hoog te houden. Tot het eind. Steeds als zij de controle verliest, vertelt hij haar een verhaal. Een verhaal over vroeger. En steeds als hij vertelt, wordt zij rustig. Waarom? Misschien omdat zijn stem haar rustig maakt. Misschien omdat hij haar zo laat merken dat hij er is. Maar misschien ook, omdat hij haar met het vertellen van zijn verhaal laat merken dat hij haar luisterend oor nodig heeft. Dat zij ondanks alles zijn vrouw blijft. Dat hij haar blijft zien zoals hij altijd deed.  

    Er was een tijd dat ik geloofde dat de wereld waarin wij leven, een wereld van vooruitgang was. Waar mensen en systemen toewerkten naar humaniteit, duurzaamheid  en vrede. Ik geloofde dat er universele menselijke waarden bestonden zoals gelijkheid, menselijke waardigheid en vrijheid van gedachte. Waarden, waar we ons als wereldburgers in herkenden en die we hooghielden.

    Vandaag geloof ik dat de wereld waarin wij leven een wereld van vooruitgang en teruggang is. Waar mensen en systemen enerzijds verwoestend kunnen zijn en anderzijds opbouwend. Waar humaniteit, duurzaamheid en vrede waarden zijn die steeds weer bevochten moeten worden. Tegen de klippen op. Omdat er altijd pijn, verdriet, wrok en teleurstelling zullen zijn. Pijn, die ons afbreekt en wrok die ons van binnen opvreet. Verdriet dat ons verbittert en teleurstelling die onze idealen doet versmelten.

    Ben ik een idealist, een dwaas of heb ik gewoon een bord voor mijn kop? Is het geloof in de God van de Bijbel, wiens wezen samenvalt met de waarden die ik hooghoud, slechts een verhaaltje dat ik mijzelf vertel? Of is het meer dan dat?

    Waarschijnlijk ben ik inderdaad en idealist, dwaas zeker en een bord voor mijn kop heb ik bij tijd en wijlen graag. Al was het alleen maar omdat ik dan niet zie wat mij afbreekt of verdrietig maakt. 
    En dat geloof in die God van de Bijbel? Steeds als ik ervan wegloop, ontmoet ik het weer. Als ik lees over Rizpa, als ik hoor over Sameera, als ik me verwonder over Ronald Kremer en als ik mensen ontmoet als het echtpaar in Amour. Mensen, die leven tegen de klippen op. Omdat zij gedreven worden door een liefde, een levenskracht, een geloof dat sterker is dan welke ellende ook. En dan word ik opnieuw in mijn nekvel gegrepen. Hier is God. Hier krijgt de echo weer stem.  

  • datum 14 oktober 2014, door Lizanne Bak | categorie: Levenskunst
    Wat woorden kunnen doen

    Maxine, communitymanager van Geloven in Nederland vroeg mij onlangs naar mijn favoriete citaat. 

    Welk citaat heb je gekozen?
    ‘Met de komst van de woorden verliezen we het oorspronkelijke gevoel. Alleen de dingen die een naam hebben gekregen, worden werkelijk voor ons. Werkelijk en begrensd' van Karen Armstrong uit De Wenteltrap.

    Waarom vind je dit zo’n mooi citaat?
    Het citaat van Karen raakt me, omdat het voor mij exact weergeeft wat woorden kunnen doen. Bijzonder voor mij, want ik hou van taal. Ik las het citaat in een tijd, dat ik moe was van de woorden. Ken je dat? Dat je overal waar je komt overspoeld wordt door woorden van mensen. Overvloed doet afbreuk aan de waarde ervan. Bovendien kunnen woorden ook misleiden. Door haar te beschrijven denk je de werkelijkheid onder controle te hebben. Uitgesproken gevoelens kunnen een werkelijkheid op zich worden. Met het gevaar dat je je door die begrenzing sluit. Het citaat heeft mij hernieuwd naar taal doen kijken. Voor mij zijn woorden tijdelijke kostbaarheden, die ik even mag bewonderen om ze daarna weer terug te geven aan het leven zelf.


  • datum 22 mei 2014, door Lizanne Bak | categorie: Ik en de ander
    Over jezelf heen kijken

    Het is alweer jaren geleden dat ik een vierdaagse cursus volgde over groepsverantwoordelijkheid. We hadden les met 75 mensen in een zaal. En ik vergeet nooit meer de tweede lesdag, waarop de docente ons aansprak op het feit dat we als groep niet compleet waren. Eén van deelnemers was er niet. We waren met 74 mensen. ‘Ik kan alleen les geven als jullie compleet zijn’, zei ze. ‘Waar is die ene leerling? Zorg dat hij of zij erbij is en ik kom terug om les te geven’. Ze verliet de zaal en liet ons in vertwijfeling achter. Er ontstond geroezemoes. We deelden onze verontwaardiging. Pikten we dit? Hadden we niet allemaal grif betaald voor deze cursus en recht op de les? Waren wij verantwoordelijk voor die lamzak die niet op kwam dagen? Plotseling stond er een vrouw op. Ze stapte naar voren en nam de microfoon. ‘Wie kent de persoon die vanmorgen niet is gekomen?’ vroeg ze. ‘Wie heeft een telefoonnummer, wie weet een adres? Heb je informatie, kom dan naar voren.’ En voor we het in de gaten hadden, ontstond er een hele andere sfeer. Een sfeer van coöperatie, van samen zoeken naar een oplossing. We beseften dat we elkaar als groep nodig hadden om les te krijgen. Om samen verder te komen, moet je over jezelf heen kijken. En ervaren dat ieder onderdeel is van het geheel.

    Een uur later waren we compleet en startte de les. Hoewel… die was natuurlijk al lang begonnen…

  • datum 9 mei 2014, door Lizanne Bak | categorie: Leven
    Kiezen voor moederschap

    Zondag is het moederdag. Een dag om stil te staan bij onze moeders. Al die moeders, die het hele jaar door zorgen. Die moeders, wiens aanwezigheid en inspanningen voor het gezin vaak zo gewoon zijn. Ach, misschien is het tegenwoordig veel te commercieel geworden. Of kan zo’n dag ook iets opgelegds krijgen. En toch…één dag in het jaar je moeder eens extra in het zonnetje zetten…waarom niet?

    Als moeder weet ik hoe schattig het is om het in elkaar geknutselde cadeautje van je jonge kind te ontvangen en te luisteren naar het stamelend opgezegde gedichtje voor mama. Toch gaan mijn gedachten op zo’n dag ook altijd naar al die vrouwen, die het verlangen hebben ooit moeder te worden. Naar al die vrouwen, wiens kinderwens niet in vervulling is gegaan en daar nog steeds de pijn van voelen. Ik denk aan moeders, die hun kind moesten afstaan, omdat zij er niet meer voor konden zorgen. Aan moeders, die zich ontfermen over andermans kinderen. Aan moeders, die een kind verloren hebben. Soms nog voor het voldragen was. Aan moeders, die mishandeld worden. Soms door hun eigen kind. Ik denk aan moeders, die geen contact meer met hun kind hebben. Aan moeders, die zorgen hebben om hun kinderen. Aan zovele vrouwen, die niet alleen biologisch maar ook door hun liefdevolle manier van leven prachtige moeders zijn voor hun omgeving. Tenslotte denk ik ook aan kinderen, die hun moeder verloren aan de dood of op een andere manier. Aan hen die een moeder gemist hebben toen zij opgroeiden of die een moeder hebben, waar zij geen band mee hebben.  

    Het moederschap, zo ervaar ik, is niet iets dat je automatisch krijgt als je een kind krijgt. Het moederschap is iets, waar je steeds voor moet kiezen. Ook ik als moeder van drie zonen kies herhaaldelijk opnieuw voor het moederschap. In relatie met mijn kind mezelf herijkend, bevragend. Wie ben ik als moeder? Ben ik er als moeder? Wetend dat niet ik, maar mijn kind degene is, die daar uiteindelijk antwoord op geeft. 

  • datum 21 april 2014, door Lizanne Bak | categorie: Geloven
    Paasmeditatie
    Je hebt maar drie woorden nodig

    'Het kruis. Kun je een kant opkijken zonder er ergens eentje te zien? Hoog op het dak van een kerk. Gegraveerd in een grafsteen op het kerkhof of als hanger aan een ketting. Het kruis is het symbool geworden van het christendom. Best wel apart, vind je niet? Vreemd dat een martelwerktuig het symbool is geworden van een beweging vol hoop. De symbolen van andere geloofsovertuigingen zijn wat vrolijker:

    - de zespuntige Davidster van het Jodendom symboliseert de verbondenheid van hemel en aarde of van mannelijkheid en vrouwelijkheid

    - de lotusbloem, symbool van het boeddhisme staat voor zuiverheid en zelfreiniging.

    Maar een kruis? Sommigen maken zelfs het teken van het kruis als ze bidden. Waarom is het kruis het symbool geworden van ons geloof?', vraagt Max Lucado zich af. De schrijver van o.a. het boekje met de titel ‘Hij deed dit speciaal voor jou’.

    Op de voorkant van het boekje staat een kruis zoals we hier vandaag in de kerk hebben staan. Een kruis van spijkers en prikkeldraad. Het prikkeldraad verwijst naar de doornenkroon, die Wim heeft veranderd in een hart. Met dit hart, de prachtige bloemen erin en het licht dat er doorheen schijnt, wordt het lugubere van de kruisdood naar de achtergrond verschoven en wordt onze blik getrokken naar wat er daarna gebeurde: het werd Pasen. Het kruis werd een open graf. Kruisdood werd opstanding.

    En toch werd niet het ‘open graf’ het symbool van het christendom, maar het kruis. Lucado geeft er de volgende verklaring voor. De verticale balk van het kruis, zegt hij, zou je kunnen zien als teken van de heiligheid – laten we zeggen de grootsheid - van God en de horizontale balk als teken van Gods verstrekkende liefde voor mensen. Wat bedoel ik met grootsheid? Groots is iemand die iets doet of zegt, dat moed vraagt om de minste te willen zijn of om over eigen veilige grenzen heen te gaan. Groots is iemand die het belang van de ander of het algemeen belang stelt boven het eigenbelang zonder zichzelf te verloochenen.

    Waar beide balken elkaar kruisen, zegt Lucado, is de plaats waar Gods grootsheid en Gods liefde elkaar vinden in de verzoeningsdood van Jezus. Daar bevindt zich het hart van ons geloof en wordt het kruis van moordwapen … tot teken van hoop voor de mensheid.

    God verzoende zich met de mensheid door de dood van Jezus, zegt de theologie. Maar waarom?, vraag je je misschien af. Waarom is dat zo hoopvol? Wat zegt dat kruis van Jezus mij? Ik hoop aan het einde van deze overdenking het antwoord te geven. Daarvoor sla ik eerst een zijweg in.

    Ik ga met u naar The Passion. Wie donderdag heeft gekeken naar dit grote spektakel in Groningen heeft gezien hoe het verhaal van Jezus nog steeds tot de verbeelding spreekt. Die heeft gezien hoe het kruis gedragen werd door mensen die zich op wat voor manier dan ook verbonden voelden met het kruis. Het kruis als teken van de niet-aflatende liefde van God, die zij ondanks moeite en pijn in hun leven toch ervaren hebben.

    The Passion, een fenomeen, dat gelovigen en ongelovigen aantrekt. Beau van Erven Dorens, die het dit jaar mocht presenteren, zegt erover bij De wereld draait door: Bijzonder dat ze mij hiervoor hebben gevraagd, ik als atheïst. En als hij wordt gevraagd naar hoe hij het ziet, zegt hij: 
    'Het verhaal van de kruisiging van Jezus gaat voor mij over het dragen van het kwaad. Een groots gebaar van een zoon van een timmerman die plaatsvervangend de schuld op zich nam van de tobbende mens die soms rare capriolen uithaalt. Een groots gebaar, zei hij, want de schuld op me nemen in een persoonlijk conflict kost me al moeite… laat staan dat ik het voor anderen zou kunnen doen. Tot verzoening komen is en blijft een struggle, waarbij we regelmatig gebukt gaan onder een loodzwaar kruis.'

    Mooie doorleefde woorden van een atheïst, vind ik. Voor mij zo’n moment dat ik bevestigd word in mijn visie dat gelovigen en ongelovigen veel meer overeenkomsten hebben dan vaak gedacht.
    De toekomst van het geloof, denk ik vaak, ligt in de ontmoeting over de eigen grenzen van kerk en geloof heen. En daar is The Passion een prachtig voorbeeld van.

    Beau spreekt over opnemen van eigen schuld en het opnemen van schuld van anderen zonder dat daar een zwaar accent op wordt gelegd. Toch zijn schuld en zonde voor vele kerkgangers van 60+ woorden geworden met een nare onderlaag. Schuld en zonde. Ik zucht als ik denk aan kerken waar deze woorden vanaf de preekstoel, maar ook onderling als vlijmscherpe pijlen op mensen zijn gevuurd. Zoveel mensen werden beschadigd en verlieten moedeloos en boos de kerken. Naar deze mensen gaat mijn hart uit. Want wat is zonde, zegt de Bijbel? Zonde is je doel missen. Niet aan je goddelijke bestemming voldoen. Wat jammer, wat zonde dat je niet bloeit zoals je hoort te bloeien onder Gods hemel. Maar laten we het niet zwaarder maken dan het is. Soms kost het een leven om erachter te komen wat jouw bestemming is.

    Door de jaren heen raakte de ‘schuld’ wat uit beeld. Niet alleen in de kerk, maar ook in de maatschappij. De nadruk kwam te liggen op de eigen rechten. Schuld was er wel, maar dan vaak bij de ander, die wij konden sewen of aanklagen. En collectieve schuld? Daar konden we helemaal weinig meer mee. Bovendien kwam er ook aandacht voor de troebele grens tussen goed en kwaad. Het bestempelen van wat goed is en kwaad, het wijzende vingertje van de kerk werd steeds meer als paternalistisch ervaren. Wanneer is iets goed en wanneer is het kwaad? Er zijn gevallen waar het duidelijk is. Je kunt niet gewetenloos moorden, dat is kwaad. Maar is de man die een brood steelt voor zijn gezin, omdat hij zijn vijf kinderen niet te eten kan geven, nu echt zo slecht? En hebben we voor de vrouw, die overspel pleegt, omdat haar vriend door alcohol haar vriend niet meer kon zijn, niet alle begrip? Is er niet ontzettend veel grijs gebied tussen goed en kwaad. Zijn beiden niet afhankelijk van de omstandigheden?

    Ik vraag je vanmorgen, voel jij je schuldig? Ben jij je bewust van je fouten en slechte gedragingen? Zodanig, dat er iemand aan het kruis moest voor jou en je buren, je dorpsgenoten, je landgenoten? Wij leven in een tijd waar we onze identiteit niet zozeer aan een groep ontlenen.
    Ach, misschien op milieugebied of wanneer we verliezen met WK voetbal voelen we ons collectieve verliezers. Maar als mijn buurman een inbraak pleegt, vind ik dat vooral zijn probleem.

    Toch lijkt er langzamerhand meer ruimte te komen voor de schuldbeleving. In de psychologie, in de kerk. Het mag weer genoemd worden. Hoe komt dat? Daar gaat een inzicht aan vooraf. Namelijk:
    wanneer je je bewust bent van je fouten, is de weg vrij … naar vergeving en verzoening. Wanneer je erkent waar jij de mist in ging, komt er ruimte de oorspronkelijke verbinding in relaties weer te herstellen.

    Even voor de goede orde: ik heb het niet over het schuld belijden gekoppeld aan een streng oordeel…nee, dat zet de mens vast. Het kan leiden tot ontkenning of verbittering.
    Het gaat om het erkennen van fouten waarbij genade de boventoon voert, waardoor de schuldige tot de stap kan komen zichzelf en de ander te vergeven.

    In dat kader vertelt Beau van Erven Dorens in genoemde programma  een bijzonder verhaal van een huwelijksdienst, waar een zekere non het volgende vertelde:

    Het gaat bij relaties op drie dingen, zei ze: alsjeblieft, dankjewel en sorry.

    1. Zeg alsjeblieft wanneer je hulp nodig hebt, want zo bied je ook een ander gelegenheid jou te steunen en genereus te zijn;
    2. Dankjewel spreek je uit om de ander te erkennen in wat hij voor je deed en om hem te eren als hij je een cadeau, een compliment of hulp heeft gegeven;
    3. En sorry is een woord, waaruit blijkt dat je tot een nieuw inzicht bent gekomen, dat je hebt begrepen dat je iets verkeerd hebt gedaan, namelijk: dat je de verbinding hebt verbroken en dat je beseft hoe belangrijk het is dit tegen de ander te zeggen.

    Sorry zeggen, zei de non, is een innerlijke beweging van vergeven schenken waarmee je probeert de verbinding te herstellen. Het heeft niets te maken met ongelijk of gelijk. Het heeft te maken met een gevoel van welbevinden, noem het geluk of liefde. Je legt de strijd neer en vraagt niet langer om vergelding. Je stopt met je ergeren, met boos zijn. Dan pas wordt de pijn begraven en kun je verder gaan.

    Alsjeblieft, dankjewel en sorry. Drie woorden heb je maar nodig om een relatie goed te houden, zei de non. Maar vooral de laatste vraagt grootsheid. Vraagt moed om over eigen grenzen heen te gaan. Sorry zeggen vraagt liefde die het herstellen van de verbinding boven het eigen gelijk stelt. Als je daartoe in staat bent, ben je in staat tot echte vergeving. Dan ben je in staat om op te staan en verder te gaan.'

    Dat brengt me terug bij de vragen, die ik net stelde. Wat moeten we met het kruis als verzoenend teken in het christendom? Wat heb ik daaraan?

    Als we het kruis, zoals Max Lucado besprak, nu eens invullen met de woorden van de non…(zie plaatje onderaan). De verticale as staat dan voor de relatie tussen God en mensen. Bovenaan staat alsjeblieft: God gaf Jezus aan ons mensen om getuige te worden van de bevrijdende liefde die Hij is. Een groots gebaar van God. Onderaan staat dankjewel: het woord dat we gebruiken als wij zien en ervaren hoe God aanwezig is in ons leven. 

    Kijken we naar de horizontale as, dan stel ik voor dat die staat voor de relatie tussen mensen onderling. Links staat alsjeblieft en rechts staat dankjewel. Woorden, die wij elkaar in een liefdevolle of vriendschappelijke relatie over en weer gunnen.

    Op de as van beiden kruisbalken staat het woord ‘sorry’. 

    Sorry als kernwoord om verbindingen te herstellen als er iets is gebeurd, wat de relatie heeft beschadigd. Verticaal is dat de verbinding tussen God en de mens, waar Jezus plaatsvervangend sorry zei. Daarmee maakte hij de weg vrij voor de mens om op zijn beurt sorry te zeggen. Niet alleen toen in de nadagen van Golgotha, maar ook nu nog. Als je groots genoeg bent om te zien waar jij je doel mist, kun je spijt betonen aan God.

    Horizontaal geldt dat voor onze relaties hier op aarde. Niet alleen aan het kruis, maar ook in zijn leven leerde Jezus mensen, die zichzelf, de ander of God verloren op hun weg, weer te vinden.

    Door te kijken naar eigen missers, maar ook door ze aan te moedigen liefdevol en groots te zijn. Het belang van de relatie boven het gelijk te stellen. Alleen dan is er opstanding mogelijk, was zijn boodschap. Alleen dan kun je echt verder gaan.

    Wat heb ik eraan? Wat zegt het kruis mij? Dat ik maar drie woorden nodig heb: alsjeblieft , dankjewel en sorry.

    Amen

    Klik hier voor de hierboven beschreven weergave van het kruis


  • datum 16 april 2014, door Lizanne Bak | categorie: Geloven
    Lied over geloven

    Onderstaand lied van Herman Finkers vind ik zo knap en geestig in elkaar gezet. Ik kwam het vandaag weer tegen en wilde het je niet onthouden. Lees maar: 

    Lied over geloven

    Ik ben een man van wetenschap,
    van feiten en zo meer.
    Als iets niet is bewezen
    geloof ik het niet zo zeer.

    Als men glashard aan kan tonen
    dat ik me vergis,

    pas dan zal ik geloven
    dat er geen hemel is.

    Ik zat in een tv-program,
    een soort van kruisverhoor.
    Men vroeg mij daar:'
    Zeg Herman, een ding heb ik niet goed door:

    jij hebt toch HBS gehad?
    Dat is geen kattenpis.
    Hoe kun je dan geloven
    dat er een hemel is?'

    Ik zat in een tv-program
    en 't ging nog verder mis.
    Er werd mij haarfijn uitgelegd
    hoe ik me vergis:

    'De hemel is iets achterhaalds,
    er wacht ons boven niets.
    De hemel, wees nou eerlijk,
    is een verzonnen iets.'

    'De veertigste van Mozart
    en de liedjes van Jacques Brel
    zijn ook ooit verzonnen', zei ik,
    'toch bestaan ze wel.

    Iets kan zijn verzonnen
    en daardoor juist bestaan.
    Dat soms iets niet verzonnen is,
    neemt men zomaar aan.'

    Dit lied is ook verzonnen
    en hoor hoe het bestaat.
    Ik zing het graag omdat
    daarmee de hemel opengaat.

    Dus, daarboven in de hemel
    zien wij elkander weer,
    daar drinken wij een glaasje
    met Onze Lieve Heer.

    Ook hij die nooit geloofde
    heft daar met ons het glas 
    en kan dan maar niet geloven 
    dat hij ooit op aarde was. 

    Dus daarboven in de hemel
    zien wij elkander weer,
    daar drinken wij een glaasje
    met Onze Lieve Heer.

    Dus daarboven in de hemel
    zien wij elkander weer,
    daar maakt Andries Knevel
    ruzie met de Heer:

    'Zoals 't er hier aan toe gaat', zegt hij,
    'strookt niet met de leer.'
    'Dat klopt,' zegt God,
     'en daarom heerst er hier zo'n fijne sfeer.'

    Dus daarboven in de hemel
    zien wij elkander weer,
    daar drinken wij een glaasje
    met Onze Lieve Heer.

    Ook hij die nooit geloofde
    heft daar met ons het glas
    en kan maar niet geloven
    dat hij ooit op aarde was. 

  • datum 11 januari 2014, door Lizanne Bak | categorie: Leven
    Moeder Theresa
    Wees het toch!

    Een mooie tekst van moeder Theresa las ik vandaag in de nieuwsbrief van de kerk, waar ik lid van ben. Ik wil hem je graag meegeven, omdat in deze woorden duidelijk wordt waarom je niet mag stoppen in het licht te gaan staan. 

    “Als je vriendelijk bent kunnen mensen je ervan beschuldigen
    dat je egoïstische, heimelijke motieven hebt.
    Wees tóch vriendelijk.

    Als je geslaagd bent kun je valse vrienden krijgen, en echte vijanden.
    Wees tóch geslaagd.

    Als je open en eerlijk bent, kunnen mensen je bedriegen.
    Wees tóch open en eerlijk.

    Wat je in jaren hebt opgebouwd, kan van de ene op de andere dag worden vernietigd.
    Bouw tóch.

    Als je sereniteit en geluk vindt, kunnen anderen jaloers zijn.
    Wees tóch gelukkig.

    Mensen zijn vaak onredelijk, onlogisch en egocentrisch.
    Vergeef hen tóch.

    Het goede dat je vandaag doet, zijn de mensen morgen vaak vergeten.
    Doe tóch goed.

    Geef de wereld het beste dat je hebt, en al zal het nooit genoeg zijn.
    Geef tóch het beste dat je hebt.”

  • datum 21 december 2013, door Lizanne Bak | categorie: Marketing
    Laat het gezellig zijn

    Wat is de rol van de kerk op de kerstmarkten? Dat was de vraag, die het Reformatorisch Dagblad mij onlangs stelde. Hoe als om te gaan met commercie en kan de kerk misschien van marketingwetten leren? 

    Het RD plaatste er een artikel over met mijn reactie daarop. Hieronder een deel van het artikel. Het hele artikel is te lezen op http://www.refdag.nl/nieuws/economie/laat_het_gezellig_zijn_is_het_gebod_voor_kerstmarkten_1_793782 of op te vragen via een mailtje naar info@trevi-support.nl. 

    Hoe zouden kerken volgens u het beste kunnen omgaan met kerstmarkten?
    Lizanne: „De kerk is geen gebouw, maar een verzameling van mensen, die leeft in een wereld waar kerstmarkten zijn. Natuurlijk moet de kerk daar zijn, want daar zijn de mensen. Christenen kunnen hun boodschap van naastenliefde uitdragen door soep te schenken voor weinig, door in gesprek te gaan met de mens die er komt, door te luisteren en present te zijn. Naast marktplaats is de kerstmarkt ook een ontmoetingsplaats, waar mensen elkaar warmte en aandacht geven. Waar iedereen –en dus ook de kerk– het verschil kan maken.”

    Van welke marketingwetten zou de kerk wat kunnen leren op dit punt? Of: (waar) wringen marketingwetten met het christelijk geloof?
    „Marketing is een discipline die zich verdiept in de ontvanger en daar vorm en inhoud van de dienst of boodschap op afstemt. Als jij niet weet waar de ander tegenover jou mee bezig is en je vertelt jouw verhaal, is de kans groot dat je langs elkaar heen praat. Het gaat om een luisterende en ontvangende houding, die in deze tijd vooral gericht is op relatie en authenticiteit. 

     

  • datum 19 december 2013, door Lizanne Bak | categorie: Theologie
    Kerst-mis?

    Was het toevallig dat ik een paar weken geleden op zoek naar een thema voor de kerstnachtdienst een tijdje bleef hangen bij kerst-mis?* Ik bleef er hangen, omdat ik bij kerst en mis dat schurende gevoel kreeg, dat bij kerstmis hoort. Enerzijds het knusse, gezellige familiefeest als alles nog mooi en goed is in je leven. Anderzijds dat opgeklopte feest dat schrijnend zichtbaar maakt wat er allemaal niet klopt. Kerst is vaak ook zo mis! Een thema, dat tot mijn verrassing ook is opgemerkt door een bekende supermarktketen, die in deze tijd reclame maakt met de slogan 'Kerst lukt!'. Ik kon een glimlach niet onderdrukken toen ik het spotje voor de eerste keer zag. Toegegeven, goed gevonden en passend bij een winkelketen die voor de kerst mensen naar binnen wil halen. Toch wordt ook met deze slogan pijnlijk duidelijk dat een prachtig gedekte tafel, een smakelijke kalkoen en heerlijke wijn kerst in de gebrokenheid van het leven niet zomaar doen ‘lukken’. Of toch? Zit er in deze kerstdiner-gerichte slogan niet juist de boodschap waar het met kerst in de kerk over gaat? Namelijk, dat God juist komt daar waar het mis is. Juist in het donker, op een plek waar deuren dicht zijn en ramen gesloten…waar het maar niet lijkt te ‘lukken’… Juist daar komt God in het kind naar ons toe. Om in alles wat mis is een nieuw begin te maken. Daarom is het feest. 

    * Een woord, dat eigenlijk Christus-mis betekent, omdat dan de geboorte van Jezus Christus wordt gevierd.

  • datum 22 november 2013, door Lizanne Bak | categorie: Dood en leven
    Hemel en aarde bewogen

    Zoals je ooit mijn leven binnen liep,
    zo liep je er een dag weer uit
    Wij, samen, basis, vanzelfsprekend
    Mijn oost, mijn west, mijn noord, mijn zuid.

    Hemel en aarde heb ik bewogen:
    ik hield je vast, je mocht niet gaan,
    maar het tij was niet te keren;
    jij ging jouw weg en ik bleef staan.

    Die dag dat onze wegen scheidden
    Die dag in mijn herinnering
    toen hemel en aarde zich bewogen
    ik verder moest.. alleen..en ging...

    toen ‘k door het water heen moest lopen
    het donker door, mijn lijf gebogen.
    Toen vond ik woorden voor gebed:
    hemel en aarde, wees bewogen! 


    Deze tekst schreef ik als inleiding op de eindejaarsdienst van 24 november 2013 in Meerkerk, waarbij we kaarsjes aanstaken voor mensen die we verloren aan de dood.

  • datum 20 november 2013, door Lizanne Bak | categorie: Leven
    Wie dan wel?
    Wie dan wel?

    Voor jou gelezen een tekst van Paul van Vliet, die ik van harte onderschrijf:

    Als wij niet meer geloven dat het kan,
    wie dan wel?
    Als wij niet meer vertrouwen op houen van,
    wie dan wel?
    Als wij niet meer proberen
    om van fouten wat te leren,
    als wij ’t getij niet keren,
    wie dan wel?

    Als wij niet meer zeggen hoe het moet,
    wie dan wel?
    Als wij niet meer weten wat er toe doet,
    wie dan wel?
    Als wij er niet in slagen
    de ideeën aan te dragen
    voor een kans op betere dagen,
    Wie dan wel?

    Als wij niet meer geloven dat het kan,
    wie dan wel?
    Als wij er niet mee komen, met een plan,
    wie dan wel?
    Als wij er niet voor zorgen
    dat de toekomst is geborgen
    voor de kinderen van morgen,
    wie dan wel?

    Als wij onszelf niet dwingen
    een gat in de lucht te zingen
    waar zij in kunnen springen,
    wie dan wel?

  • datum 31 oktober 2013, door Lizanne Bak | categorie: Leven en dood
    Omgaan met de dood leert me te leven

    Voor het blad Meditatief Leven schreef ik onlangs een artikel over het thema Sterven. Het blad is een bulletin van Vacare. Vacare is een platform voor meditatief leven, geïnitieerd door de Protestantse Kerk in Nederland. Vacare staat open voor iedereen die zich samen met anderen wil oefenen in meditatief leven. Ik schreef vanuit mijn praktijk over hoe het omgaan met de dood mij leert leven.

    Lees het artikel hier 

  • datum 22 oktober 2013, door Lizanne Bak | categorie: Theologie
    Leven als leven bedoeld is

    Een paar jaar geleden schreef ik een lied op de melodie van Gezang 170 uit het (oude) Liedboek van de kerken (Meester, men zoekt u wijd en zijd). Mijn tekst ontstond na de dood van mijn zwager, die met 32 jaar plotseling overleed. Net als velen van ons stelde hij vragen aan het leven en naar de bedoeling ervan. Waar is het vijfde couplet?, vroeg iemand mij eens. Het couplet met het antwoord op deze vraag? Dat couplet ... is het leven zelf, was mijn antwoord. 

    Wie heeft een antwoord op de vraag
    Hoe toch het leven bedoeld is?
    Zie naar de mensen van vandaag
    vragend naar zin en betekenis.
    Gevangen in ruimte en in tijd
    zoekend naar rust en eeuwigheid.
    Zielen op zoek naar bevrijding.

    Weten de bomen meer dan wij,
    wortelend diep in de aarde?
    Maken de bloemen ons weer vrij?
    Leren zij ons weer de waarde
    van bloeiende stilte in ons hoofd?
    Kunnen wij zijn zoals beloofd:
    fonteinen die bruisen van leven?

    Wie helpt ons verder in ’t bestaan?
    Hoe raken wij weer verbonden?
    Laten wij niet ten onder gaan
    eens door het leven geschonden
    Delven wij op wat dieper ligt:
    krachten, onttrokken aan het zicht.
    Ontvankelijk voor dat wat kome.

    Is er een god, die ons verbindt?
    Nu menslijk, dan overstijgend.
    Waar ieders levensweg begint,
    bron voor ons allen toereikend.
    Waardoor wij vrij van angst en pijn
    weer hele mensen kunnen zijn
    en leven als leven bedoeld is. 

  • datum 15 oktober 2013, door Lizanne Bak | categorie: Existentie
    Verbinding vraagt lef

    Misschien wel het belangrijkste doel van de mens op aarde is dat hij zich verbindt. Verbindt met zichzelf, verbindt met zijn omgeving, verbindt met mensen. Een mens schijnt neurobiologisch daarop ingesteld te zijn: op verbinding. En toch vinden we dat vaak zo moeilijk. Ons echt verbinden met de ander. Wát nou als ik niet goed genoeg, niet mooi, niet slim genoeg ben? Wát nou als ik niet voldoe aan het beeld dat mensen van mij hebben en ik tegenval? We vinden het vaak zo moeilijk om ons te verbinden, omdat we bang zijn dat de ander ons zal afwijzen.

    Brené Brown, een professor aan de Universiteit van Houston deed 10 jaar onderzoek naar ‘waarom de een zich verbindt en de ander niet’. Waarom verbindt de ene mens zich en waarom worstelt de ander er zo mee? Wat zij ontdekte was dat mensen, die zich verbinden een aantal kenmerken hebben:

    1. Ze hadden lef; vanuit de oorspronkelijke joodse betekenis, waar het ‘hart’ betekent. Deze mensen openden hun hart voor anderen.
    2. Ze hadden compassie voor zichzelf en voor anderen; let op: ook voor zichzelf, heel belangrijk
    3. Ze durfden authentiek te zijn; durfden het beeld waar ze aan zouden moeten voldoen naast zich neer te leggen.
    4. Ze geloofden in kwetsbaarheid

    Vier kenmerken, die elkaar in evenwicht houden. Er is lef en compassie voor nodig om authentiek en kwetsbaar te durven zijn. Niemand vind het makkelijk om zich zo op te stellen. Toch waren ze er allemaal van overtuigd dat het noodzakelijk was om tot echte verbinding met mensen te komen. Lef om als eerste te zeggen: ik hou van jou. Lef om te geven zonder garanties. Compassie met  jezelf om je afhankelijkheid te laten zien. Met als gevolg dat je ín de kwetsbaarheid en ín de authenticiteit een kracht ervaart, die je opnieuw lef en mededogen geeft.  

    Niet voor niets wordt er in religies veelvuldig gesproken over de kracht van de kwetsbaarheid. In de ontmoeting met de kwetsbare ontdek je de essentie van leven, laat Jezus zien. Ramadan, zeggen moslims, is bedoeld om voor even te voelen hoe het is om arm te zijn en honger te hebben. Dat maakt je een dankbaarder mens. In de kwetsbaarheid, zegt het boeddhisme, ligt een ongeboren kracht waar we bang voor zijn. Maar we moeten er juist heen om krachtig te worden. 

    Je verbinden vraagt lef. Een open hart voor de wereld.

  • datum 14 maart 2013, door Lizanne Bak | categorie: Levensbeschouwing
    Openbaar onderwijs heeft aandacht voor llevensbeschouwing
    Trevi en O2A5 gingen een samenwerking aan

    Openbaar onderwijs en godsdienst/levensbeschouwing staan niet tegenover elkaar, maar gaan juist hand in hand. De openbare scholen in de regio zijn daar volop mee bezig. Trevi en O2A5 gingen een samenwerking aan. Geurt Mouthaan van Het Kontakt sprak met hen en schreef erover. 

    Klik hier om het artikel in Het Kontakt te lezen.

  • datum 12 maart 2013, door Lizanne Bak | categorie: Levenswijsheid
    Ze zeggen

    Wat als je kind verslaafd raakt, keuzes maakt die niet de jouwe zijn...
    Wat als het kind, dat jij hebt opgevoed andere wegen gaat....
    Jouw kind, jouw vlees, jouw bloed....

    Stef Bos maakte er een prachtig lied over. Over onvoorwaardelijke liefde, een vlam die niet te doven is. Prachtig bezinningslied. Juist in deze Veertigdagentijd, tijd van inkeer voor mensen op weg naar Pasen. Het feest van de liefde die het lijden overstijgt. 

    Ze zeggen:

    laat hem los
    en laat hem niet meer binnen
    ze zeggen:
    laat hem gaan
    hij moet het overwinnen
    je kunt hem niets meer geven
    ze zeggen:
    deur op slot
    je hebt ook een eigen leven
    maar ik heb hem toch gevoerd
    hap voor hapje
    ik heb hem leren lopen
    stap voor stapje
    sinaasappels
    buitenlucht
    boterhammen mee
    wandelen samen hand in hand
    rennen langs de zee
    een tikje op zijn vingers
    een pluimpje op zijn hoed
    een klopje op zijn schouder
    van jongen jij gaat goed
    een glimlach van vertrouwen
    er wordt van jou gehouden
    die hele lange weg
    die wij samen zijn gegaan
    nemen leven
    leren leven
    eigen benen staan
    mijn hart mijn huis
    mijn beide armen
    stonden altijd open
    en een touwtje uit de brievenbus
    hij kon zo maar binnenlopen

    maar ze zeggen:
    laat hem los
    niet meer met hem praten

    ze zeggen:
    laat hem gaan
    je moet het overlaten
    dus ik ga daar niet meer heen
    ik maak daar niet meer schoon
    ik heb mijn eigen leven
    maar ook dat van een zoon …
    die ik heb gevoerd
    hap voor hapje
    die ik heb leren lopen
    stap voor stapje
    sinaasappels
    buitenlucht
    boterhammen mee
    wandelen samen hand in hand
    rennen langs de zee
    hij is weer even hulpeloos
    als dat kereltje van toen
    maar ik laat hem nu alleen
    ik mag nu niets meer doen.

    maar ik laat toch voor de zekerheid 
    mocht hij naar huis verlangen 
    dat touwtje uit de brievenbus 
    voorlopig nog maar hangen

     

  • datum 18 november 2012, door Lizanne Bak | categorie: Spiritualiteit
    Leef je vragen

    Ken je die momenten dat je even helemaal in een gebeurtenis opgaat en alles om je heen vergeet? Zoals die keer dat je naar een concert ging en de muziek je kippenvel bezorgde? Of toen je met je vrienden een half uur de slappe lach hebt gehad? Het zijn ervaringen, waarin je helemaal in het moment opgaat. Zo’n optimale staat van zijn wordt ook wel 'flow' genoemd. Kenmerkend voor ‘in flow zijn’ is dat je merkt dat alles is zoals het hoort te zijn. Je hebt verbinding met een Bron, die jou voorziet van stromende energie. Je bent ‘je spontane zelf’, zou je kunnen zeggen.

    Als kind reageerden we nog spontaan. Dat vond iedereen toen schattig. Naarmate we ouder werden, leerden we het af om spontaan te zijn. We leerden ‘normaal’ gedrag. Door dat aangeleerde gedrag leerden we het af om te luisteren naar wat ons hart ons ingeeft. Pijnlijk, want zo gingen we voorbij aan onze essentie.

    Er is een manier, waarop we ons spontane zelf terug kunnen vinden. Dat is door bij alles en iedereen in het leven een vraag te stellen. Niet te leven met antwoorden, maar ons te verwonderen over al het leven om ons heen. Te leven met vragen en … die vragen zelf leren lief te hebben. De vragen openen ons en maken ons ontvankelijk voor het onverwachte antwoord dat het leven ons geeft. Want antwoord komt er. Een direct weten. Als je naar binnen gaat... als je luistert naar de stem van je hart…. als je stil bent….

    Rainer Maria Rilke heeft het prachtig verwoord in onderstaande tekst:

    Men moet geduld hebben
    met het onopgeloste in het hart
    en proberen de vragen zelf lief te hebben
    als ontoegankelijke ruimtes,
    als boeken geschreven
    in volkomen onbekende taal.

    Wanneer men de vragen leeft,
    leeft men misschien geleidelijk
    zonder het te merken
    op een ongewone dag
    binnen in het antwoord.

  • datum 18 november 2012, door Lizanne Bak | categorie: Leven
    Trage dans

    Heb je ooit staan kijken
    naar kinderen in een carrousel?
    En ken je het geluid van de regen wel?

    Ooit een vlinder bekeken
    als hij fladdert door de lucht?
    Of de eerste zonnestralen
    als de duisternis vlucht?

    Dans niet zo snel,
    doe wat langzamer aan.
    De muziek klinkt maar even,
    straks is het gedaan.

    Heb je elke dag haast en ren je je gek?
    Je vraagt wel: ‘Hoe gaat het? ’
    maar hebt geen tijd voor een gesprek?

    Als je ’s avonds naar bed gaat,
    slaap je dan zacht?
    Of ben je alweer bezig
    met het werk dat je wacht?

    Dans niet zo snel,
    doe wat langzamer aan.
    De muziek klinkt maar even,
    straks is het gedaan.

    Zeg je ooit: ‘We doen het morgen wel’
    tegen je kind?
    En zie je in je haast niet hoe erg hij dat vindt?

    Verloor je ooit een goede vriend uit het oog,
    omdat er steeds weer iets anders
    zwaarder voor je woog?

    Dans niet zo snel,
    doe wat langzamer aan.
    De muziek klinkt maar even,
    straks is het gedaan.

    Is de plaats van bestemming je enige doel,
    dan mis je onderweg toch een heleboel.
    Als je dag alleen maar uit haasten bestaat,
    is het als een cadeau dat je niet openmaakt.

    Het leven is geen race,

    kijk eens in het rond.
    Luister naar de muziek
    voor het lied verstomt.


    Geschreven door een meisje
    met een terminale ziekte
    in een ziekenhuis in New York

     

  • datum 15 november 2012, door Lizanne Bak | categorie: Ziel en zakelijkheid
    Marketing, een kernkwaliteit van de kerk?

    ‘Ik heb helemaal niets met marketing’. Ik geloof erin dat een product zichzelf verkoopt als het goed is. Een goed product heeft geen marketing nodig.’ Een veelgehoorde uitspraak van mensen binnen de kerk en in de brede wereld van spiritualiteit en zingeving.

    Ondanks deze aversie tegen marketing zie ik vaker dat kerken en andere non-profit organisaties zich afvragen hoe het zou zijn als zij een winkel waren. Waarom? Omdat kerken en organisaties op die manier eens kritisch willen kijken naar eigen functioneren. Om via een andere aanvliegroute eigen doen en laten onder de loep te nemen. Stel je eens voor dat wij een markt waren, waar vraag en aanbod op elkaar zouden worden afgestemd … waar ‘feeling’ gehouden werd met de behoeften van onze afnemers en zicht gehouden werd op onze middelen ….
    In een tijd waar de kerk te maken heeft met krimp en de maatschappij toe is aan nieuwe vormen van zingeving, vergelijken kerken zich met commerciële organisaties met als doel de eigen processen en prestaties te verbeteren.

    In het bedrijfsleven vaker toegepast en geaccepteerd, in de kerk nog altijd gezien als een oefening op het randje. Want laten we eerlijk zijn, hoor ik dan: de kerk is in haar kern toch iets heel anders dan een commerciële organisatie! De kerk verzet zich juist tegen de vercommercialisering van de samenleving en wil als tegenstem klinken tegen consumptie en materiële verrijking. Onszelf vergelijken met een winkel is prima, maar wel vanuit de gedachte dat deze vergelijking op vele fronten mank gaat. Marketing is een aangeleerde techniek om mensen te bewegen iets te kopen wat zij aanvankelijk helemaal niet wilden. Dat is immoreel en daar willen we als kerk ver van blijven.

    Ik ben het er niet mee eens. Naar mijn idee gaat niet de vergelijking kerk en marketing mank, maar de vergelijking marketing en immorele discipline. Door push-verkoop en misleidende reclames, die ten onrechte worden verward met marketing, is er een onjuist beeld ontstaan. Waar marketing in de vorige eeuw nog werd gezien als verkooptechniek, vinden marketingprofessionals deze definitie inmiddels te beperkt. Marketing, zeggen ze, is elke activiteit die consumenten en producenten met elkaar verbindt. Marketing is een discipline, die zich verdiept in de ontvanger en daarop haar dienst en haar verhaal afstemt. Als jij niet weet waar de ander tegenover jou mee bezig is en je vertelt jouw verhaal, is de kans groot dat je langs elkaar heen praat. Het gaat in de marketing om een luisterende en ontvangende houding, die in deze tijd vooral gericht is op relatie en authenticiteit. Marketing is dus a-moreel. Alleen als ze voor immorele activiteiten wordt gebruikt, kan ze voor problemen zorgen. 

    Marketing, zou je kunnen zeggen, gaat uit van een grondhouding, die in het christendom al eeuwenlang wordt gepromoot. Een houding, die verbazend genoeg steeds moet worden aangeleerd, omdat we, bezig met onszelf en ons eigen verhaal, de ander vaak vergeten. Waar is de ander? Waar is hij mee bezig, wat is belangrijk voor hem en wat kan ik van hem leren?

    Heeft de kerk marketing nodig? Ja en sterker nog: marketing zou een kernkwaliteit van de kerk moeten zijn!

     

    (Nog niet duidelijk wat ik bedoel? Kijk dan eens op: http://www.youtube.com/watch?v=Df696n8BjXY)

     

  • datum 24 mei 2012, door Lizanne Bak | categorie: Inspiratie
    Leren, bouwen en delen
    Over Trevi en Nehemia

    Bij het verwoorden van de drie kernwoorden van Trevi leren, bouwen en delen ben ik geïnspireerd door het bijbelboek Nehemia. Het verhaal speelt rond 450 voor Christus. Nehemia is wijnschenker aan het hof van de Perzische koning. Nadat het volk Israël door de Perzen bevrijd is van de Babyloniërs, keren vele joden niet terug naar hun land. Net als Nehemia hadden zij vaak invloedrijke posities aan het hof en een goed leven.

    Op zekere dag hoort Nehemia van zijn broer Chanani over het verval van de provincie Juda en de stad Jeruzalem. De bevolking is verarmd, verzwakt en de identiteit van het volk staat op het spel. De tempel was o.l.v. de priester Ezra weer helemaal opgebouwd, maar de rest van de stad niet. Er is geen orde, geen structuur en geen verbondenheid. Mensen zijn als los zand; onverschilligheid en moedeloosheid zijn het gevolg. Nehemia trekt zich het lot van zijn land aan. Na drie dagen trekt hij er in de nacht op uit om persoonlijk polshoogte te nemen (prachtig is de symboliek van woorden als ‘drie dagen’ en ‘nacht’, die in de bijbel duiden op diepere lagen in het verhaal. Drie dagen wil zeggen: God gaat zich ermee bemoeien en nacht wijst op de donkere tijd voorafgaand aan het aanbreken van de dag, als het licht gaat schijnen). Nehemia (zijn naam betekent: trooster, bemoediger) blijkt in de loop van het verhaal zijn naam eer aan te doen. Hij bouwt de stad op. Hij laat zich niet leiden door one-liners als ‘het is nu eenmaal zo’. Hij laat zich raken door het leed van de mensen en door de uitzichtloze passiviteit van de onverschilligheid.

    Met het geloof in de kracht van de verbondenheid gaat hij aan de slag. Hij leert het volk samen met Ezra opnieuw uit de Tora, die oude wijsheidsbron, die in de vergetelheid was geraakt. Hij bouwt aan de stad door mensen te laten geloven in hun eigen kunnen en plezier te laten beleven in het werken aan een gezamenlijk doel. Tenslotte deelt hij zijn kennis, zijn gaven en zijn vertrouwen.

    Zo vormen leren, bouwen en delen een drie-eenheid. Ze staan op zichzelf en zijn verbonden. Ze kunnen afzonderlijk plaatsvinden en elkaar bestuiven. Ze zijn concreet en positief toekomstig. Zo blijkt Nehemia geen ‘zwever’, geen ‘mooiprater’, maar een daadkrachtige bouwer. Ik mag hem wel.

  • datum 23 februari 2012, door Anne Marie Hoekstra, Het Kontakt | categorie: Levensbeschouwing
    Theoloog biedt zich aan
    'Ik wil mensen en tradities met elkaar verbinden'

    Lizanne Bak uit Hoornaar biedt met haar bedrijf Trevi ondersteuning op het gebied van levensbeschouwing en zingeving.

    In de buurt van Lizanne’s huis ligt een omgezaagde boom. Jarenlang strekte hij zijn takken uit naar de hemel, zijn wortels vast verankerd in de bodem. Komende zomer zullen vogels niet meer kunnen nestelen in zijn takken, mensen zullen onder zijn kroon geen schaduw vinden. De boom symboliseert wat Lizanne over het leven zegt: “Ons leven is niet volmaakt. Bij een uitvaart worden we daarmee geconfronteerd en moeten we met die onvolmaaktheid leren omgaan. Mensen blijken dan vaak geloviger dan ze zelf denken.”
    (lees het hele interview in Het Kontakt)

  • datum 24 december 2011, door Lizanne Bak | categorie: Preken
    Vanuit de hemel gezien is het vrede op aarde
    Kerstpreek 2011

    Het was een avond in de winter van 1990. Ik studeerde in Antwerpen. Elke zondagavond werd ik door mijn ouders naar het station in Arkel gebracht. Met enige weemoed stapte ik daar in de trein. Ik weet nog hoe ik had uit gezien naar zelfstandigheid, maar toen het zover was, kon ik me maar moeilijk aan het gezellige gezinsleven onttrekken. Zo ging ik dan weer met mijn weekendtas vol schone kleren om mijn schouder.  Het was een koude avond. Er waaide een gure oostenwind en het was al donker toen ik een plaatsje zocht aan het raam in de warme trein. De trein was zo goed als leeg, er klonk een kerstliedje door de speakers en ik voelde hoe de trein al schokkend in beweging kwam. Terwijl we al reden, ging de deur van de coupé open en schuifelde er nog iemand naar binnen. Ik keek op en zag een wat bleke, oudere man, die glimlachend tegenover mij plaats nam. We zeiden lange tijd niets, de man en ik, maar keken allebei naar buiten. Vanuit de verlichte coupé staarden we het donker in en lieten de huizen, velden, straten als een film aan ons voorbij gaan.

    Plotseling begon de man te praten. Mooi hè, die lichtjes buiten, zei hij. Ja, zei ik. Achter elk huis, achter elk lichtje zit een verhaal, ging de man verder. Achter elk lichtje gaat een leven schuil van een mens. Een mens met gevoelens, met vragen, ervaringen. Een gelukkig mens of een ongelukkig mens. Een eenzaam mens of een ziek mens. Hij pauzeerde even. De trein geeft je de kans even stil te staan en toeschouwer te zijn van de wereld, waar je zelf deel van uitmaakt. De trein is als het ware de tribune, van waaruit je mag kijken naar het spel, dat gespeeld wordt.

    Ik ben nooit vergeten hoe we daarna samen stil waren en naar buiten keken, ieder met onze eigen gedachten. Zonder het gevoel te hebben er nog iets over te zeggen. We keken naar de lichtjes van de huizen en de gebouwen, naar ploeterende fietsers in de wind, naar voetballende kinderen op verlichte voetbalvelden, naar mensen onderweg in auto’s. Ik zag mijn wereld door het raampje van de trein en het vervulde mij met een dubbel gevoel. Ik denk dat ik het beste kan omschrijven als een gevoel van afstand, van toeschouwer zijn én van nabijheid, van kijken naar mensen zoals jij en ik. Levend, werkend en zorgend op dat kleine stukje aarde.

    Die ervaring van lang geleden is nog vaak in mijn herinnering geweest en kwam ook terug toen ik een paar weken geleden keek naar het programma ‘Nederland van boven’. Misschien heeft u het ook gezien. Vierentwintig uur lang werd Nederland gefilmd vanuit de lucht. Hoe zien wij eruit vanuit de hemel gezien? Als je weleens in een vliegtuig hebt gezeten, kun je je een beetje voorstellen wat er gebeurt als je van boven op de aarde kijkt. Alles wordt klein en overzichtelijk. Mensen lijken wel poppetjes, koeien plastic beestjes en auto’s lijken rechtstreeks uit de speelgoedmand te komen. Je ziet nog wel wat mensen hebben gebouwd, aangelegd, uitgegraven en opgehoogd. Maar de mens zelf is uit het zicht verdwenen. Hangend boven de aarde, onttrokken aan de waan van de dag, wordt de afstand groter en groter. Nederland wordt een miniatuurland, waar alles plat is geworden en de dimensie mens is verdwenen. Kun je je voorstellen hoe de Nederlandse ruimtevaarder André Kuipers zich moet voelen. Op dit moment cirkelt hij in de ruimte boven onze aarde. Als hij naar de aarde kijkt, is er geen spoor meer van de mens te herkennen.

    Vanuit de hemel gezien is het vrede op aarde. Zo kopte Trouw na de uitzending van Nederland van boven. En plaatste er dit plaatje bij (satellietfoto Nederland). Nederland vanuit de lucht: één zee van lichtjes. Geen mens te zien. Wat een licht, wat een vrede! Waar de mens uit beeld verdwijnt, is het vrede, zou je kunnen zeggen. Waar geen mensen zijn, is geen ruzie. Waar geen mensen zijn, is geen oorlog. Het Griekse woord voor vrede komt daar ook vandaan. ‘Eirènè, dat ‘afwezigheid van oorlog’ betekent. Voor de Grieken was het eigenlijk altijd oorlog en was een tijd van vrede een uitzondering op de regel. Vrede betekende daarnaast voor de Griek gezondheid, persoonlijk welzijn en persoonlijke welvaart, die afhankelijk was van voorwaarden als de stabiliteit in het land.

    Vanuit de hemel gezien is het vrede op aarde. Nederland is één lichtjeszee. Maar hoe vredig is het er werkelijk? Hoe dichter je bij de aarde komt, des te beter zie je wat er werkelijk gebeurt. De mens komt weer in beeld en de prachtige lichtjes blijken niets anders te zijn dan 9 miljoen mobiele telefoons. Wij Nederlanders staan op en beginnen massaal te smsen, te mailen en te bellen. We smeren boterhammen, we zetten koffie, we drinken thee en gebruiken het toilet, zegt de voice-over in het programma. Er wordt verteld hoe wij Nederlanders eigenlijk hele voorspelbare mensen zijn. Ons gedrag wordt dagelijks geanalyseerd aan de hand van ons stroom- en waterverbruik. Dat gebruik blijkt heel voorspelbaar. Pieken in waterverbruik zien we tussen 6 en 9 uur als heel Nederland een douche neemt, maar bijvoorbeeld ook in de pauze van een WK-wedstrijd als we allemaal gaan plassen. Daar wordt op geanticipeerd. Extra waterbassins worden aangesproken op piektijden en omdat we eigenlijk altijd hetzelfde doen, loopt het vrijwel nooit spaak. Achter al die lichtjes zit een verhaal, zei de man in de trein. Achter als die lichtjes schuilt een mens. Wie had gedacht dat het zo’n voorspelbare mens was! 

    Vanuit de hemel gezien is het vrede op aarde.
    Maar hoe dichter je bij de aarde komt en hoe meer je deze voorspelbare mens in beeld krijgt, des te meer besef je dat de vrede ver te zoeken is. Een schietpartij in Houten, massaal kindermisbruik binnen de kerk, toenemend huiselijk geweld, conflicten in de werksfeer en ga zo maar door. Waar mensen zijn, lijkt de vrede ver te zoeken. En toch, het omgekeerde is ook waar. Waar wel vrede is bereikt, zijn het ook mensen die zich daar sterk voor hebben gemaakt. Alleen mensen, die speler zijn en meespelen in het aardse spel kunnen het verschil maken. Om te ervaren hoe het is op aarde, moet je niet in de hemel blijven, maar afdalen. Om te zien hoe het is op aarde, moet je niet op afstand blijven, maar er middenin gaan staan. Voelen en ervaren hoe het is om mens te zijn. Om van daaruit het verschil te maken. Dat is wat het kerstverhaal ons vandaag vertelt. Het vertelt ons van een God die een mens naar de aarde stuurde. Een mens, in wie hij het grootste vertrouwen had. Een mens, in wie hij zich kon laten zien aan de mensen. Iemand, die verre van voorspelbaar was voor zijn medemensen. Engelen kondigden zijn geboorte aan en zongen: Ere zij god in de hoge, vrede op aarde, in de mensen een welbehagen.

    Hij was als de vrede zelf, die neerdaalde uit de hemel. Als levende sjalom. Het joodse Sjalom gaat verder dan het griekse Eirène. Waar Eirène vrede betekent in de zin van geen oorlog of als persoonlijk welbevinden, gaat sjalom verder. Sjalom is de vrede, die uitgaat van de ander. Daar komen woorden als liefde, genade en gerechtigheid mee. Sjalom is een vrede, die binnen in je zit. Sjalom is de vrede, die je hart tot rust brengt, die je vervult. En het allerbelangrijkste aspect van sjalom is dat het je gegeven wordt. Vrede als geschenk van God.

    Vanuit de hemel gezien is het vrede op aarde. Maar de God van de Bijbel is geen verheven hemelbewoner, die vanuit de hemel kijkt naar mensen beneden. Onze God is een god, die met mensen meetrekt. Die afdaalt in onze harten. Die mens tussen de mensen is. Die zich laat zien in het kind in de stal. Die zich laat zien in jou en mij als wij vrede brengen. Als wij licht brengen waar het donker is. Als wij luisteren en de ander de kans geven stem te zijn. U en ik zijn bedoeld als vredestichters. Wij moeten op zoek naar het goede in de ander en in onszelf. Vrede stichten in ons gezin. Vrede stichten in onze vriendenkring. Op het werk, in de klas, in de kerk. Zelfs aan de kersttafel, die voor meer dan we denken een ware oefening in vrede bewaren is. Misschien moeten we in tegenstelling tot de voorspelbare water- en stroomverbruikers die we volgens Neder land van boven zijn, in ons gedrag eens wat onvoorspelbaarder zijn. En dan verder gaan dan Willem Pekelder, die in Trouw schreef hoe hij uit protest tegen de ondraaglijke voorspelbaarheid die ochtend een kwartier later heeft geplast.

    Nee, zonder gekheid. Laten we deze kerst met elkaar eens onvoorspelbaar zijn. En vrede brengen. Zodat we naar het voorbeeld van dat kleine kind in de stal, gestuurde vredestichters mogen zijn.

    Moge het zo zijn.

  • datum 12 december 2011, door Lizanne Bak | categorie: Spiritualiteit
    Opnieuw leren praten
    Nieuwe kansen voor een gesprek over idealen

    Uit een onderzoek, uitgevoerd door de universiteit Tilburg blijkt dat Nederlanders veel vaker bevlogen zijn en hoge idealen nastreven dan wordt gedacht. Een positief bericht in een tijd, die veelal wordt gedomineerd door somberheid. Somberheid n.a.v. verloedering van de maatschappij door egoïsme, verdwijnen van moraal en overconsumptie. Nee, zegt het onderzoek. Vele Nederlanders hebben idealen. Wat deze mensen gemeen hebben, is dat zij streven naar iets dat hun eigenbelang overstijgt. Zij verbeelden zich dat er een groter geheel is, waar zij mee verbonden zijn en waardoor zij zich geroepen voelen om onbaatzuchtig te handelen. De onderzoekers noemen dat ‘het Hogere’. Een benaming, die velen waarschijnlijk al te religieus in de oren klinkt. En daar ligt nu precies het probleem. Waar vroeger velen werden bewogen door het christendom of het socialisme, worden deze nu aangevuld met vele nieuwe levensinvullingen. We hebben bijna allemaal idealen, maar kunnen er niet meer over praten, omdat de oude, vaak christelijke taal waarin mensen spraken over het Hogere in het leven, niet meer voor iedereen bruikbaar zijn.

    Wat ben ik blij met de uitkomst van dit onderzoek! Het bevestigt precies datgene wat ik om mij heen zie en ervaar. Hoewel de kerk leegloopt en instituten afkalven, kan ik er maar niet somber van worden. Waarom niet? Omdat ik teveel signalen opvang van mensen en organisaties, die in hun leven en werken bezig zijn met spiritualiteit en het zelfoverstijgende. Wat ik ook ervaar is dat de christelijke taal, die ooit voertuig was van gedachten over het goede leven, niet meer wordt verstaan. Ik merk dat de christelijke taal een barrière vormt in het gesprek met een generatie mensen, die om allerlei redenen afscheid hebben genomen van hun oude geloof en de kerk. Christelijke taal draagt decennia ballast van machtsmisbruik, hokjesdenken  en waarheidsclaims met zich mee. Los is ze bijna niet meer verkrijgbaar. Voor de jongere generatie mensen mist de kennis en betekenis van die oude bijbelse taal vaker wel dan niet.

    Ik denk dat we opnieuw moeten leren praten over onze idealen en dat wat ons beweegt. Nieuwe, frisse woorden vinden, die we zelf diepte kunnen geven en inkleuren met onze eigen aardse en mens-overstijgende ervaringen. Gelukkig gebeurt dat ook al. In de kerk en daarbuiten. Door mensen, die het belang van dit gesprek inzien. Nu zijn Nederlanders nog sprakeloos, als het om idealen gaat, maar idealen hebben ze. Wellicht dat door een open en frisse manier van praten de rijkdom van de ballastloze, lichte bijbelse taal weer wordt herontdekt.

  • datum 12 december 2011, door Lizanne Bak | categorie: Herdenken
    Ik noem je naam

    Elke tweede zondag van december wordt Wereldlichtjesdag gehouden. Zo hebben er op zondag 11 december om 19.00 uur ‘s avonds, mensen over de hele aarde kaarsjes aangestoken ter nagedachtenis aan overleden kinderen. Als je op dat moment van bovenaf op aarde had kunnen kijken, wat zou dat dan een mooi gezicht zijn geweest! Een voor even lichtere wereld voor al die mensen, die een kind verloren hebben.  

    Wereldlichtjesdag biedt een moment van herdenken, dat ook op kleine schaal op verschillende manieren en plekken plaatsvindt. In de kerken steken mensen eind november een kaars aan en noemen de namen van overledenen. Uitvaartondernemingen bieden steeds vaker mogelijkheden, waarop mensen met elkaar kunnen herdenken. Het noemen van de naam van je man, je moeder of je kind is zo belangrijk. Wanneer iemands naam niet meer genoemd wordt, sterft hij voor de tweede keer, zei iemand eens.

  • datum 12 december 2011, door Lizanne Bak | categorie: Spiritualiteit
    Welk spoor laten we achter?
    over de spirituele voetafdruk

    We leven op te grote voet. Die conclusie kunnen we wel trekken. De crisis geeft aan dat het allemaal anders moet. We moeten duurzamer. Duurzamer eten, duurzamer tijd verdrijven en duurzamer ondernemen. Weg van de vluchtigheid. Weg van het graaien. Weg van de ik-gerichtheid. We laten met ons gedrag een te grote ecologische voetafdruk achter. We stampen te hard en ruineren de aarde. We walsen over de natuur heen zonder liefde voor bomen, bloemen en dieren. ‘Maar het is tijd voor een volgende stap’, zo zei Engbert Breuker van SVN onlangs op hét duurzaamheidscongres van Nederland, ‘we moeten van angst naar liefde. Winst is er om innovaties te financieren die de wereld beter en leuker maken. Dat kan alleen tot stand gebracht worden door mensen. Mensen, die een andere wereld in hun hoofd hebben’. En hij citeerde een lied van de Dijk als voorbeeld:

    Deze wereld met al zijn pijn en
    leed en gelazer, zijn vuil en verdriet.
    Deze wereld die je voelt schrijnen,
    deze wereld is mijn wereld niet.

    Ik heb een heel andere wereld in mijn hoofd
    een heel andere wereld,
    duizend keer mooier,
    waar de mensen proberen
    om het niet te verklooien.
    Ik heb een heel andere wereld in mijn hoofd.

    Hoe loop je op deze wereld met een andere wereld in je hoofd? Welk spoor laat je achter, als je droomt van een mooie wereld? Een hele spirituele gedachte. En ik denk dan ook meteen aan Jezus, wiens woorden en daden volledig werden geïnspireerd door het uitzicht op een land in de verte, waar we allemaal eens aan zouden komen. Als het in de bijbel gaat over voeten, gaat het over de mens in zijn handelen. De voetstap zegt iets over de weg die iemand gaat. Daarmee laat je zien wie je bent én wat jou op weg houdt. De voet is daarom ook het kwetsbaarste deel van de mens onderweg. Zonder voeten kom je nergens, ben je afhankelijk van de ander en ligt de dood op de loer. Tekenend is het verhaal van de tweeling Jacob en Esau (Genesis 25:26), die ter wereld komt terwijl Jacob de hiel van Esau vastgrijpt.

    Hoe ziet de voetafdruk eruit van iemand, die een andere wereld in zijn hoofd heeft? In Jesaja 52:7 staat: hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten van de vreugdebode, die vrede aankondigt, die goed nieuws brengt. Onze spirituele voetafdruk geeft aanwijzingen voor het goede nieuws dat we dragen en het pad dat we lopen. In tegenstelling tot de kleine en lichte ecologische voetafdruk die we zouden moeten achterlaten, mag de spirituele in al zijn lieflijkheid misschien best ferm en zeker zijn.

     

  • datum 5 december 2011, door Lizanne Bak | categorie: Levensbeschouwing
    Levensbeschouwelijke begrippen
    Waar hebben we het over?

    In de praktijk merk ik dat er op levensbeschouwelijk terrein verwarring bestaat bij het gebruik van verschillende begrippen. ‘Levensbeschouwing, levensovertuiging, zingeving, spiritualiteit, religie en godsdienst’ worden nogal eens door elkaar gebruikt. Wat is nu de relatie en het verschil tussen deze begrippen?

    Levensovertuiging en levensbeschouwing
    Ieder mens heeft een levensovertuiging. Dat is een bundeling van opvattingen, beelden, ervaringen en verwachtingen over het leven op aarde. Ze ontstaat in de interactie met andere mensen. Door een levensovertuiging kunnen mensen of samenlevingen zich gemotiveerd voelen tot een bepaalde levenswijze of -houding. Een levensbeschouwing is een weergave van de inzichten en uitgangspunten van een levensovertuiging. 

    Zingeving
    Een levensbeschouwing kan voor mensen een bron van zingeving zijn. Zo ontwikkelen mensen een relatief stabiele relatie ten opzichte van de wereld. Ze komt bij uitstek tot stand door antwoorden op zingevingvragen naar de aard, het doel en de oorsprong van het leven, de wereld en de plaats van de mens en de eigen persoon daarin. Zingeving is niet alleen een basis voor de persoonlijke identiteit, maar is ook de basis van processen van cultuurvorming in de maatschappij. Het leven van een mens heeft zin als het een of meerdere doelen kent en wordt ervaren als moreel waardevol. Bovendien wordt het op bepaalde wijze door de betrokkene zelf beheerst en geeft het zelfrespect. Het zingevingproces vindt wel binnen een persoon plaats, maar niet zonder dat andere personen daarin een rol spelen.

    Religie en godsdienst
    Wordt het geestelijke losgemaakt van het wereldlijke, dan spreken we over religie. Hierbij gaat het om het ervaren van een relatie met een werkelijkheid die de menselijke overstijgt. Wanneer in een religie het geestelijke wordt verbonden met een bepaalde ingevulde vorm van het goddelijke, kan men die religie een godsdienst noemen. Dit veronderstelt het bestaan van een god of goden. Een religie kan dus gezien worden als een bepaald soort levensbeschouwing en een godsdienst als een bepaald soort religie.

    Spiritualiteit
    Spiritualiteit heeft in de breedste zin te maken met zaken die de geest (Latijn: spiritus) betreffen. Het woord wordt op vele manieren gebruikt en kan te maken hebben met bovennatuurlijke krachten, maar de nadruk ligt op de persoonlijke ervaring. Spiritualiteit kan gedefinieerd worden als het streven van de mens naar een ervaring of verbinding met de essentie van leven. Dat uit zich op drie gebieden: verbinding met de kern in jezelf, met andere mensen of de natuur en verbinding met het hogere of het transcendente (het aards overstijgende).

  • datum 10 november 2011, door Lizanne Bak | categorie: Nederigheid
    Een houding die toekomst heeft
    Over termietenheuvels en nederigheid

    Er worden jaarlijks miljarden uitgegeven aan de verwarming en verkoeling van gebouwen. Dat kost bergen energie, om over de CO2 uitstoot nog maar niet te spreken. Ontwerpers van een gebouw in Harare in Zimbabwe hebben daar over nagedacht en zich laten inspireren door termietenheuvels. Ze vroegen zich af hoe het kan dat binnenin een termietenheuvel in de woestijn, waar het overdag snikheet is en ’s nachts stervenskoud, de temperatuur tussen de onderkant en de bovenkant van de heuvel, slechts twee graden verschilt? Wat doen termieten om het klimaat in hun heuvel zo goed op peil te houden? Onderzoek wees uit dat termieten hun heuvel goed isoleren en dat zij door het voortdurend openen en sluiten van de ventilatieopeningen hun klimaat optimaal houden. De bestudering bracht de ontwerpers op hele nieuwe ideeën. Ideeën die tot miljoenen dollars aan kostenbesparing leidden.

    Het zoeken van oplossingen voor complexe problemen in de natuur heet Biomimicry. Het is een relatief nieuwe wetenschap, die met een andere blik naar de natuur kijkt en op die manier inspiratie opdoet voor hedendaagse problemen. De kern van het idee is dat Moeder Natuur uit noodzaak al veel problemen heeft opgelost, waar wij nog mee worstelen. Het is een wetenschap die van de mens een andere houding vraagt. Biomimicry leert ons ontzag te hebben voor de vindingrijkheid van dieren en planten. Om goed te kijken, zullen we onze pas moeten inhouden en moeten bukken om de aarde door onze vingers te laten gaan. We zullen op handen en knieën moeten gaan om te zien, om te voelen wat de essentie van leven is. Biomimicry leert ons nederigheid. Wie zijn wij dat we denken in de korte tijd dat wij op aarde rondlopen, de wijsheid in pacht te hebben! Biomimicry vraagt een houding van ontzag en verwondering, waardoor een mens ontvankelijk wordt voor nieuwe inzichten.

    Over zo’n andere houding die mensen zouden moeten aannemen, spreekt de bijbel ook. In psalm 37 en in de Bergrede (Matteüs 5) wordt gesproken over de nederigen, die de aarde beërven. De anawim in het Hebreeuws. De anawim zou je kunnen vertalen met de gebukten. Zij, die met gebogen rug over de aarde gaan. Veelal omdat ze het aardse lijden hebben ervaren. Door hun ervaring met het lijden weten ze dat er een eind aan menselijke maakbaarheid is. Er is een dimensie, die hen overstijgt. Dat verwondert hen. Het heeft hun een andere houding geleerd. Zij zijn (met een oudhollands woord voor bukken) genegen geraakt tot de aarde. Ze hebben aandacht en eerbied geleerd voor dat wat er in de diepte van het bestaan gebeurt.

    De anawim zullen de aarde beërven. Zij zijn degenen, die met hun houding de uitbuiting van de aarde kunnen tegengaan. Omdat ze bereid zijn zich te buigen. Een houding die toekomst heeft.

Preken

Thema's

Inspiratie, spiritualiteit, existentie, dienstbaarheid, nederigheid, compassie, vergeving, verzoening